Levensverschijnselen: kenmerken van leven bij de mens
Wat zijn levensverschijnselen?
Naar schatting telt onze planeet ongeveer negen miljoen soorten levende wezens. Hieronder vallen alle bacteriën, schimmels, planten en dieren samen, die gezamenlijk de vier rijken van de organismen vormen. Ondanks de grote verschillen tussen deze organismen hebben zij allemaal tien fundamentele kenmerken met elkaar gemeen: de levensverschijnselen.
Alle levende wezens halen adem, voeden zich, scheiden stoffen uit, bewegen, nemen waar, groeien, ontwikkelen, reageren op hun omgeving, hebben een stofwisseling, planten zich voort en gaan uiteindelijk dood. Ook de mens vertoont al deze levensverschijnselen.
Ademhaling en energie
Ademhalen is noodzakelijk omdat het lichaam zuurstof nodig heeft uit de omgeving. Deze zuurstof wordt gebruikt om glucose te verbranden in alle cellen van het lichaam. Bij deze verbranding komt energie vrij, die nodig is voor onder andere beweging en het functioneren van organen.
Voeding en uitscheiding
Voeden is het opnemen van voedingsstoffen zoals vetten, eiwitten, koolhydraten, vitamines, mineralen en water. Deze stoffen dienen als bouwstoffen voor het lichaam en als brandstoffen voor energievoorziening.
Uitscheiding is het afvoeren van afvalstoffen die ontstaan bij ademhaling en voeding. Dit gebeurt onder andere via urine, ontlasting en uitgeademde lucht. Ook zweten en het verspreiden van geurstoffen, zoals feromonen, behoren tot uitscheiding.
Bewegen en waarnemen
Bewegen is het doelbewust verplaatsen van het lichaam van plek A naar plek B. Dit gebeurt met behulp van botten, gewrichten en spieren. Ongeveer veertig procent van het lichaamsgewicht bestaat uit spieren, terwijl botten ongeveer vijftien procent vormen.
Waarnemen gebeurt met behulp van de zintuigen. De mens beschikt over meerdere zintuigen waarmee prikkels uit de omgeving worden opgevangen. Deze waarnemingen vormen de basis voor gerichte reacties.
Reageren op de omgeving
Na het waarnemen van prikkels reageert het lichaam hierop. Zo kan iemand gaan watertanden bij het zien van lekker eten of remmen bij het zien van een rood stoplicht. De hersenen filteren hierbij de enorme hoeveelheid prikkels en selecteren alleen de belangrijkste signalen.
Groeien en ontwikkelen
Groeien en ontwikkelen worden vaak samen genoemd, maar betekenen niet hetzelfde. Groeien is het groter en zwaarder worden van het lichaam door het aanmaken van nieuwe cellen.
Ontwikkelen verwijst naar veranderingen in de bouw en functie van het lichaam, zoals het wisselen van het melkgebit naar een volwassen gebit of het ontstaan van secundaire geslachtskenmerken tijdens de puberteit.
Stofwisseling
Stofwisseling is het omzetten van stof A in stof B. Alle voedingsmiddelen die worden gegeten, worden in het lichaam omgezet in bouwstoffen en energie. Ook de voortdurende verbranding die dag en nacht in alle cellen plaatsvindt, is onderdeel van de stofwisseling.
Voortplanting en sterven
Voortplanting is noodzakelijk om het voortbestaan van de menselijke soort te waarborgen. Ieder individu doorloopt een levensloop: geboorte, leven en dood. De mens als soort kent een levenscyclus, waarbij generaties elkaar opvolgen.
Uiteindelijk sterft elk organisme. De gemiddelde levensverwachting in Nederland bedraagt ongeveer 79,1 jaar voor mannen en 82,8 jaar voor vrouwen. Dagelijks sterven er al miljoenen cellen in het lichaam, waarvan de meeste weer worden vervangen.
Indeling van levensverschijnselen
Globaal kunnen de tien levensverschijnselen worden onderverdeeld in drie categorieën: energievoorziening, leven en leven behouden. Elk orgaan in het lichaam is gericht op één of meerdere van deze levensverschijnselen.
Niet alleen het lichaam als geheel, maar ook alle afzonderlijke cellen vertonen deze kenmerken van leven. Meer achtergrondinformatie over organismen is te vinden op mijnbiologie.nl en aanvullende uitleg over het begrip leven op Wikipedia.