Zwangerschap: verloop, ontwikkeling en voortplanting

Bevruchting en innesteling

Embryo in de baarmoeder met baarmoederslijmvlies, placenta, navelstreng, vruchtvliezen en vruchtwater tijdens het begin van de zwangerschap Ongeveer veertien dagen na het begin van de menstruatie vindt bij de vrouw een eisprong plaats. Binnen 24 uur na deze eisprong kan het eitje in de eileider worden bevrucht door een zaadcel. De bevruchte eicel verplaatst zich vervolgens richting de baarmoeder en komt daar na ongeveer een week aan. In de baarmoeder nestelt de eicel zich in de baarmoederwand; dit moment markeert het begin van de zwangerschap.

Na de innesteling duurt de zwangerschap gemiddeld 38 weken. In deze periode ontwikkelt de bevruchte eicel zich stap voor stap tot een volgroeide baby. Meer achtergrond over dit proces is te vinden op mijnbiologie.nl.

Vruchtbaarheid en voortplantingsgedrag

Vrouwen geven tijdens de vruchtbare periode onbewust signalen af die samenhangen met de eisprong. Zo dragen vruchtbare vrouwen zonder dit bewust te plannen vaker rode kleding. Mannen beoordelen vrouwen in rode kleding gemiddeld als aantrekkelijker dan vrouwen in andere kleuren. Ook worden vrouwen tijdens de vruchtbare periode als aantrekkelijker ervaren en klinkt hun stem voor mannen prettiger.

Deze subtiele gedragingen staan in het teken van voortplanting. In Nederland krijgen vrouwen gemiddeld 1,8 kinderen en zijn zij ongeveer 29 jaar en drie maanden oud bij de geboorte van hun eerste kind.

Kans op zwangerschap en anticonceptie

Tot het dertigste levensjaar is de kans dat een vrouw met een kinderwens zwanger wordt ongeveer vijftien tot twintig procent per maand. Van alle vrouwen die proberen zwanger te worden, lukt dit bij dertig procent binnen drie maanden en bij tachtig procent binnen één jaar.

Wie een zwangerschap wil voorkomen, kan gebruikmaken van anticonceptiemiddelen. Een condoom voorkomt dat zaadcellen de eicel bereiken, terwijl de anticonceptiepil de eisprong onderdrukt. Een andere methode is coïtus interruptus, waarbij de penis vóór de zaadlozing uit de vagina wordt teruggetrokken.

Technisch gezien bevat het voorvocht van de man geen zaadcellen. Dit voorvocht wordt geproduceerd door de klieren van Cowper en dient als natuurlijk glijmiddel. De prostaat blijft vóór de zaadlozing afgesloten, waardoor zaadcellen die in de teelballen zijn opgeslagen de urinebuis niet bereiken. Alleen wanneer er nog levende zaadcellen in de urinebuis zijn achtergebleven, kunnen er incidenteel zaadcellen in het voorvocht aanwezig zijn.

In de praktijk blijkt coïtus interruptus echter onbetrouwbaar. Onderzoek laat zien dat ongeveer dertig procent van de vrouwen die uitsluitend deze methode gebruiken, binnen een jaar toch zwanger raakt. Dit komt vooral doordat veel mannen moeite hebben het orgasme tijdig te herkennen.

Ontwikkeling van embryo en foetus

Na de innesteling heeft het embryo voedingsstoffen en zuurstof uit het bloed van de moeder nodig. Enkele dagen later wordt daarom de placenta gevormd. In de placenta blijven het bloed van moeder en kind van elkaar gescheiden, terwijl de uitwisseling van zuurstof, voedingsstoffen en afvalstoffen plaatsvindt via dunne vliezen.

Om deze stoffen door het lichaam van het embryo te vervoeren, begint het embryonale hart al na ongeveer drie weken te kloppen. Rond de zevende week ontstaan spieren, kraakbeen en zenuwen in het ruggenmerg, waardoor het embryo kan bewegen. Na ongeveer acht weken zijn alle orgaanstelsels aangelegd en spreekt men niet langer van een embryo maar van een foetus.

De kans op een miskraam is het grootst in de eerste acht weken, omdat de aanleg van de organen een complex en kwetsbaar proces is. Een foetus van 24 weken oud weegt ongeveer 900 gram en is circa 30 centimeter lang; vanaf dit moment is het in theorie levensvatbaar.

Vanaf week 26 kan de foetus zien en vanaf week 28 horen. In week 38 weegt de foetus gemiddeld 3,4 kilogram en is het ongeveer 50 centimeter lang. Wanneer de longen voldoende zijn gerijpt, geeft de foetus via hormonale signalen aan dat het tijd is voor de geboorte. Aanvullende informatie is te vinden op Wikipedia en mijnbiologie.nl.