Zweet: functie, samenstelling en zweetklieren

Waarom mensen zweten

Schema van de huid met opperhuid, lederhuid, onderhuid, haarzakje, talgklier, zweetklier, zenuwen en bloedvaten Zweten gebeurt continu, de hele dag door. In de huid bevinden zich tussen de twee en vijf miljoen zweetklieren die onder normale omstandigheden samen ongeveer één liter zweet per dag produceren. De belangrijkste functie van zweten is het op peil houden van de lichaamstemperatuur.

Bij vrijwel alle processen in het lichaam, zoals de spijsvertering en de verbranding van glucose in de cellen, komt warmte vrij. Deze warmte is nodig om het lichaam op ongeveer 37 graden Celsius te houden. Bij lichamelijke inspanning wordt extra glucose verbrand, waardoor de warmteproductie toeneemt.

Wanneer het lichaam meer warmte produceert dan gewenst, moet deze warmte worden afgevoerd. Als dat niet gebeurt, kan oververhitting optreden en kunnen organen beschadigd raken. Door de verdamping van zweet op de huid daalt de huidtemperatuur en kan het lichaam afkoelen. Meer achtergrond over de huid en temperatuurregeling is te vinden op mijnbiologie.nl.

Verdeling van zweetklieren over het lichaam

De handpalmen, voetzolen en oksels bevatten opvallend veel zweetklieren: ongeveer 6000 per vierkante centimeter huid. Op de rest van het lichaam zijn dat er gemiddeld slechts zo’n 60 per vierkante centimeter. Waarom juist deze plekken zo rijk zijn aan zweetklieren, is niet bekend.

Zweet wordt gevormd uit bloedplasma. Hoe meer iemand zweet, hoe meer vocht het lichaam verliest en hoe groter de kans op uitdroging. Mensen die goed tegen hitte kunnen, maken extra bloedplasma aan om dit verlies te compenseren. Daarnaast zweten zij sneller en effectiever en wordt het zweten gelijkmatiger over het lichaam verdeeld.

Ook tussen mannen en vrouwen bestaan verschillen. Vrouwen zweten efficiënter dan mannen en hebben daardoor minder zweet nodig om dezelfde mate van afkoeling te bereiken.

Soorten zweetklieren

Het menselijk lichaam beschikt over twee typen zweetklieren: eccriene en apocriene zweetklieren. De eccriene zweetklieren komen over vrijwel het hele lichaam voor en spelen een centrale rol bij de regeling van de lichaamstemperatuur.

Deze eccriene klieren worden niet alleen geactiveerd door warmte, maar ook door emoties zoals stress of nervositeit. Het daarbij geproduceerde zweet wordt vaak omschreven als koud of klam zweet.

De apocriene zweetklieren hebben een andere functie en zijn vooral betrokken bij geurvorming. Ze bevinden zich met name in de oksels, rond de geslachtsdelen, tepels en anus. Bij kinderen zijn deze klieren nog niet actief; hun ontwikkeling begint pas in de puberteit onder invloed van geslachtshormonen. De rol van hormonen hierbij wordt verder toegelicht op mijnbiologie.nl.

Samenstelling en geur van zweet

Zweet bestaat voor ongeveer 99 procent uit water, aangevuld met een kleine hoeveelheid zout en andere mineralen. Dit mengsel is van zichzelf volledig geurloos. Op de huid leven echter ongeveer zestien verschillende soorten bacteriën die zich voeden met bestanddelen uit het zweet.

Bij deze afbraak ontstaan vluchtige stoffen met een soms sterke geur, waaronder vetzuren zoals octaanzuur en boterzuur. Of zweet als onaangenaam wordt ervaren, hangt af van verschillende factoren, waaronder cultuur, leeftijd, geslacht, verliefdheid en gewenning.

Ook het tijdperk speelt een rol. In de huidige westerse samenleving bestaat een sterke afkeer van zweetlucht, en deze afkeer lijkt in de loop der tijd alleen maar toe te nemen. Aanvullende informatie over zweten is te vinden op Wikipedia.