Zintuigen: waarneming, typen en prikkelverwerking
Waarnemen bij organismen
Elk organisme kan waarnemen en beschikt daarom over zintuigen. Welke zintuigen aanwezig zijn, verschilt sterk tussen soorten. Zo gebruiken insecten magnetische velden om te navigeren, brengen vleermuizen hun omgeving in kaart met echolocatie en nemen slangen infrarode straling waar om hun prooi te lokaliseren.
Bij de mens worden in veel schoolboeken vijf zintuigen onderscheiden: gezichtsvermogen, gehoor, smaakzin, reukzin en tastzin. Dit overzicht is echter onvolledig, want in werkelijkheid beschikt de mens over aanzienlijk meer zintuigen.
Meer dan vijf zintuigen
Naast de bekende zintuigen heeft de mens bijvoorbeeld een evenwichtszintuig. Dit zintuig neemt bewegingen en stand van het hoofd waar met behulp van het evenwichtsorgaan in het binnenoor. Daarnaast is het zintuig ‘voelen’ onder te verdelen in meerdere aparte zintuigen.
Zo registreert de tastzin aanrakingen, neemt thermoceptie veranderingen in temperatuur waar en is nociceptie verantwoordelijk voor het waarnemen van pijn in weefsels en organen. Sommige wetenschappers breiden de lijst verder uit tot wel twintig zintuigen.
Voorbeelden hiervan zijn proprioceptie, ook wel lichaamsgevoel genoemd, waarmee iemand weet waar lichaamsdelen zich bevinden zonder te kijken. Daarnaast worden soms ook het waarnemen van diepte, honger en dreigend gevaar als afzonderlijke zintuigen beschouwd.
Oorsprong van het idee van vijf zintuigen
Het idee van precies vijf zintuigen is hardnekkig en gaat terug tot de Griekse filosoof Aristoteles. In zijn werk De Anima (Over de ziel) beschreef hij vijf manieren waarop de mens de wereld kan waarnemen: zien, horen, ruiken, proeven en voelen.
Deze zintuigen zijn ook relatief eenvoudig uit te leggen, omdat de bijbehorende organen – ogen, oren, neus, tong en huid – zichtbaar zijn aan de buitenkant van het lichaam. Bovendien gaat het om zintuigen waarmee bewuste waarnemingen worden gedaan.
Prikkels, impulsen en drempelwaarde
Een zintuig is een orgaan dat een specifiek deel van de omgeving kan waarnemen. Onder invloed van een prikkel, een verandering in het uitwendige of inwendige milieu, ontstaan in zintuigcellen impulsen.
Deze impulsen worden via gevoelszenuwcellen naar het centrale zenuwstelsel geleid. Pas daarna wordt de prikkel bewust waargenomen. De drempelwaarde is de kleinste prikkelsterkte die nog een impuls veroorzaakt en deze waarde ligt bij veel zintuigen opvallend laag.
Zo kan een mens de geur van één druppel parfum ruiken die over vijftig vierkante meter is verspreid. Ook kan binnen 0,1 seconde worden geproefd of iets zoet of zout is, kan de richting van een geluid worden bepaald door een tijdsverschil van 0,00003 seconde tussen beide oren en kan op een heldere avond een kaarsvlam op vijftig kilometer afstand worden waargenomen. Zelfs het bewegen van een haartje op de huid over 0,0001 centimeter is al voelbaar.
Meer informatie over waarneming en prikkels is te vinden op MijnBiologie – Je omgeving waarnemen, MijnBiologie – Zintuigen en prikkels en op Wikipedia – Zintuig.