Zenuwstelsel: bouw, werking en functies

Indeling van het zenuwstelsel

Afbeelding van zenuwcellen met cellichaam, uitlopers en verbindingen voor het doorgeven van zenuwimpulsen Het zenuwstelsel van de mens bestaat uit twee hoofdonderdelen: het centrale zenuwstelsel en het perifere zenuwstelsel. Ten eerste omvat het centrale zenuwstelsel de grote hersenen, kleine hersenen, hersenstam en het ruggenmerg. Daarnaast bestaat het perifere zenuwstelsel uit alle zenuwen die vanuit het centrale zenuwstelsel door het lichaam lopen.

Samen vormen deze delen een uiterst complex organenstelsel. Hierdoor speelt het zenuwstelsel een rol bij vrijwel alle lichaamsfuncties, zoals het verwerken van zintuiglijke informatie, het aansturen van spieren en klieren en het regelen van inwendige organen zoals het hart.

Zenuwcellen en hun typen

Het zenuwstelsel van een mens bevat naar schatting 100 miljard zenuwcellen, ook wel neuronen genoemd. Deze cellen bevinden zich grotendeels in de hersenen en het ruggenmerg. Elke zenuwcel heeft een cellichaam en meerdere lange, dunne uitlopers.

Er zijn drie typen zenuwcellen. Allereerst geleiden gevoelszenuwcellen (sensorische zenuwcellen) impulsen vanuit de zintuigen naar het centrale zenuwstelsel. Vervolgens sturen bewegingszenuwcellen (motorische zenuwcellen) impulsen vanuit het centrale zenuwstelsel naar spieren en klieren. Tot slot verbinden schakelcellen deze twee typen met elkaar; zij liggen volledig binnen het centrale zenuwstelsel.

Impulsen en signaaloverdracht

Wanneer een zenuwcel bijvoorbeeld door een zintuigcel wordt geprikkeld, ontstaat er een impuls, een klein elektrisch stroompje. Om te voorkomen dat dit signaal overspringt naar andere zenuwcellen, bedekt een vettige, witte isolatielaag de uitlopers. Deze laag staat bekend als de myelineschede en verhoogt bovendien de geleidingssnelheid van de impuls.

Zodra de impuls het uiteinde van de zenuwcel bereikt, geeft de cel het signaal door aan de volgende zenuwcel. Tussen deze cellen bevindt zich een zeer kleine ruimte van ongeveer tien nanometer, de synapsspleet. Meestal verloopt de overdracht via chemische stoffen, de neurotransmitters, die de zenuwcel zelf aanmaakt en afgeeft.

Sommige drugs, zoals LSD, verhogen de aanmaak van neurotransmitters. Daardoor raken zenuwcellen overprikkeld en verstoort dit de normale signaalverwerking.

Het autonome zenuwstelsel

Veel lichaamsfuncties verlopen grotendeels onbewust. Zo werken de hartslag, ademhaling, bloedvaten, darmen en klieren onafhankelijk van de wil. Het autonome zenuwstelsel stuurt deze processen aan.

Dit autonome zenuwstelsel bestaat uit twee delen met een tegengestelde werking. Enerzijds bereidt het sympathische zenuwstelsel het lichaam voor op inspanning en stress. Anderzijds zorgt het parasympathische zenuwstelsel voor ontspanning, herstel en het aanvullen van energievoorraden.

Meer achtergrondinformatie over het zenuwstelsel en prikkelverwerking is te vinden op MijnBiologie – Het zenuwstelsel, MijnBiologie – Zintuigen en prikkels en op Wikipedia – Zenuwstelsel.