Spieren (musculatuur): bouw, werking en typen
Het menselijk lichaam bevat 206 botten waaraan spieren vastzitten die beweging mogelijk maken. Ongeveer de helft van het lichaamsgewicht bestaat uit spieren, terwijl botten circa vijftien procent uitmaken. In totaal heeft de mens ongeveer 640 spieren, die zijn onder te verdelen in skeletspieren, gladde spieren en hartspieren.
De sterkste spier van het lichaam is de kauwspier, waarmee de onderkaak wordt bewogen. De grootste spier is de grote bilspier. Spieren functioneren als natuurlijke trekbanden: ze kunnen samentrekken doordat hun vezels verkorten, waardoor de spier korter en dikker wordt.
Omdat spieren alleen kunnen trekken en niet kunnen duwen, werken ze vaak samen in paren of groepen. Wanneer de biceps (armbuigspier) de onderarm buigt, is de triceps (armstrekspier) nodig om de arm weer te strekken. Zulke samenwerkende spieren worden antagonisten genoemd.
Skeletspieren
Skeletspieren zijn spieren die willekeurig kunnen worden bewogen na een bewuste opdracht vanuit de hersenen. Ze zorgen ervoor dat je kunt lopen, rechtop kunt staan en bijvoorbeeld je ogen kunt sluiten. Onder de microscoop vertonen deze spieren een duidelijk gestreept patroon, waardoor ze ook wel dwarsgestreepte spieren worden genoemd.
Gladde spieren
Gladde spieren missen dit streepjespatroon en trekken langzamer samen dan skeletspieren. Ze worden onwillekeurig aangestuurd en bevinden zich in de wanden van holle organen zoals de blaas, darmen en bloedvaten. Hierdoor kunnen deze organen dag en nacht blijven functioneren.
Ook de kleine spiertjes die haren overeind laten staan en de spieren in de iris van het oog bestaan uit glad spierweefsel. Meer achtergrondinformatie over deze spierstructuren is te vinden op MijnBiologie.
Hartspieren
Hartspieren vormen een aparte categorie. Ze zijn opgebouwd uit dwarsgestreept spierweefsel, maar kunnen niet willekeurig worden aangestuurd. De samentrekking van de hartspier verloopt automatisch en ritmisch, waardoor het hart continu bloed door het lichaam kan pompen.
Spierwerking en training
Door sport en krachttraining ontstaan geen nieuwe spieren, maar worden bestaande spiervezels dikker. Voor het aansturen van één spier zijn honderden zenuwen actief, waarbij elke zenuw een eigen groep spiervezels bestuurt. Zolang er voldoende energie aanwezig is, verlopen deze samentrekkingen gecontroleerd.
Wanneer de energievoorraad in de spier afneemt, kan de spier zijn beweging niet meer goed reguleren. Dit uit zich in trillingen en ongecontroleerde samentrekkingen. Ook spierpijn is een bekend verschijnsel tijdens of na het sporten.
Spierpijn
Acute spierpijn ontstaat door ophoping van melkzuur in de spieren, wat de zenuwuiteinden prikkelt. Uitgestelde spierpijn treedt meestal een dag na inspanning op en wordt veroorzaakt door microscopisch kleine scheurtjes in de spiervezels.
Tijdens het herstel repareert het lichaam deze scheurtjes en versterkt de spier iets boven het oorspronkelijke niveau. Dit proces zorgt ervoor dat spieren zich aanpassen aan toekomstige belasting. Meer algemene achtergrondinformatie over spieren is ook te vinden op Wikipedia en op MijnBiologie – Spieren.