Bevruchting: van eicel en zaadcel tot nieuw leven
Bevruchting is het moment waarop een zaadcel en een eicel samensmelten en samen het erfelijk
materiaal leveren voor een nieuw menselijk lichaam. Dit proces vormt het begin van een zwangerschap en
vindt plaats in het vrouwelijke voortplantingsstelsel.
Eicellen en vruchtbaarheid
Een pasgeboren meisje beschikt al over ongeveer twee miljoen ongerijpte eicellen in haar eierstokken. Het grootste deel hiervan gaat verloren voordat zij vruchtbaar wordt. Wanneer een meisje begint te menstrueren, zijn er gemiddeld nog zo’n 400.000 eicellen over.
Tijdens elke menstruatiecyclus rijpt meestal één eicel, terwijl duizenden andere eicellen afsterven. Uiteindelijk raakt de voorraad eicellen uitgeput, waarna de menopauze begint en de menstruatie stopt. In Nederland gebeurt dit gemiddeld rond het 51e levensjaar.
In totaal doorloopt een vrouw ongeveer 450 menstruatiecyclussen waarin een eicel bevrucht kan worden. Daardoor kan zij in deze levensfase zwanger worden.
Eisprong en ontmoeting van eicel en zaadcel
Ongeveer één keer per vier weken rijpt er in één van de twee eierstokken een eicel. Rond de veertiende dag van de menstruatiecyclus verlaat deze rijpe eicel de eierstok; dit moment heet de eisprong of ovulatie.
Vervolgens vangt de eileider de eicel op, waar zij binnen 24 uur bevrucht kan worden. Tegelijkertijd bewegen zaadcellen zich door het vrouwelijke voortplantingsstelsel met een snelheid van ongeveer vijf millimeter per minuut. Hoewel dit langzaam lijkt, is de zaadcel zelf slechts ongeveer vijftig micrometer lang.
Na een zaadlozing bereiken de snelste zaadcellen soms al binnen tien minuten de eileiders, al duurt het meestal enkele uren voordat zij de eicel bereiken. Ondertussen scheidt de eicel hormonen af die als lokstof werken, zodat zaadcellen de juiste eileider inslaan.
Daarnaast helpen ook de baarmoeder en eileiders mee door lichte samentrekkingen. Hierdoor ontstaan vloeistofstromen die de zaadcellen in de goede richting sturen. Omdat veel zaadcellen onderweg verloren gaan, produceert de man per zaadlozing tientallen miljoenen zaadcellen.
Het binnendringen van de eicel
Wanneer één zaadcel de eicel bereikt, moet hij eerst door een stevige beschermlaag van eiwitten heen. In de kop van de zaadcel zitten verteringsenzymen die deze laag plaatselijk oplossen. Daarna versmelt de zaadcel met het eicelmembraan en geeft hij zijn DNA af.
Zodra één zaadcel is binnengedrongen, verandert het oppervlak van de eicel. Daardoor kunnen andere zaadcellen niet meer naar binnen en wordt voorkomen dat meerdere pakketjes erfelijk materiaal worden afgegeven.
Wanneer het mannelijke en vrouwelijke DNA samenkomen, is de bevruchting voltooid. Vervolgens kan de bevruchte eicel zich gaan delen en zich ontwikkelen tot een menselijk lichaam.
Bevruchting en tweelingen
Ook bij tweelingen dringt per eicel slechts één zaadcel binnen. Bij een twee-eiige tweeling worden twee eicellen tegelijk bevrucht door twee verschillende zaadcellen. Bij een eeneiige tweeling wordt één eicel door één zaadcel bevrucht, waarna de bevruchte eicel zich in een vroeg stadium splitst.
Meer uitleg over bevruchting is te vinden op bevruchting en vruchtbaar worden .
Aanvullende achtergrondinformatie over bevruchting is te vinden op Wikipedia: Bevruchting .