Billen: bouw, spieren en anatomische functies
De billen bevinden zich aan de achterkant van het lichaam, net onder de lendenwervels en
boven de achterkant van de benen. Het zijn opbollende, vlezige gebieden die van elkaar worden gescheiden
door de bilspleet. Anatomisch gezien bestaan de billen uit vetweefsel en meerdere spieren.
Spieren en functie van de billen
De vorm en kracht van de billen worden vooral bepaald door drie spieren. De grootste daarvan is de musculus gluteus maximus, ook wel de grote bilspier genoemd. Deze spier loopt van het staartbeen, het heiligbeen en het darmbeen naar het dijbeen.
De grote bilspier zorgt niet alleen voor het uiterlijk van de billen, maar speelt ook een belangrijke rol bij beweging. De spier beweegt het bovenbeen naar achteren, helpt bij het strekken van de heup en stabiliseert het bekken tijdens staan, lopen en rennen.
Dankzij de billen kunnen mensen bovendien zitten zonder dat het lichaamsgewicht volledig op de voeten rust.
Bilspleet, bilplooi en perineum
Aan de onderkant van de billen bevindt zich de bilplooi, de horizontale plooi die de billen scheidt van de benen. De bilspleet loopt verticaal tussen de billen, van het heiligbeen tot aan de anus.
De anus gaat over in het perineum. Bij mannen loopt dit gebied door tot aan de balzak, bij vrouwen tot aan de vagina. Het perineum wordt in het dagelijks taalgebruik ook wel de bilnaad genoemd.
Haren, zweetklieren en geurstoffen
Haren in de bilspleet verminderen wrijving tussen de billen tijdens beweging, waardoor de huid minder snel beschadigd raakt. Daarnaast houden deze haren, net als oksel- en schaamharen, geurstoffen vast.
Deze geurstoffen en feromonen worden geproduceerd door apocriene zweetklieren. In tegenstelling tot andere zweetklieren zijn deze niet bedoeld om de huid te koelen. Feromonen spelen onder andere een rol bij sociale en seksuele aantrekkingskracht.
Anus, endeldarm en gasvorming
Onderaan de bilspleet, tussen de billen, bevindt zich de anus. De anus is een sluitspier die de endeldarm afsluit en behoort anatomisch gezien niet tot de billen, al worden ze in het dagelijks taalgebruik vaak samen genoemd.
Wanneer onverteerde voedselresten de wand van de endeldarm oprekken, ontstaat het gevoel van aandrang. Hierdoor ontspant automatisch de binnenste kringspier van de anus. De buitenste kringspier kan bewust worden ontspannen, bijvoorbeeld tijdens het poepen of het laten van een scheet.
Een mens laat gemiddeld tussen de tien en veertig scheten per dag om het geproduceerde darmgas, tot ongeveer één liter per dag, kwijt te raken. Dit gas bestaat uit ingeslikte lucht, zoals stikstof en zuurstof, en uit gassen die door darmbacteriën worden geproduceerd, zoals methaan, koolstofdioxide en waterstof.
De kenmerkende geur van een scheet ontstaat door zwavelverbindingen. Wanneer gas niet via de anus ontsnapt, kan een deel ervan via de darmwand in het bloed terechtkomen en uiteindelijk via de longen worden uitgeademd. Ook kan gas worden opgenomen in de ontlasting, waardoor deze luchtiger wordt.
Meer informatie over de rol van de darmen en anus is te vinden bij de organen voor vertering en voedsel verteren .
Aanvullende achtergrondinformatie over de anatomie van de billen is te vinden op Wikipedia: Bil (anatomie) .