9.4 Ziek | Uitlegfilm

In deze video leer je hoe het immuunsysteem je lichaam beschermt tegen ziekteverwekkers. Je ontdekt hoe het lichaam reageert als bacteriën of schimmels proberen binnen te dringen en wat het verschil is tussen natuurlijke en kunstmatige immuniteit, en tussen actieve en passieve immuniteit.

Overal om je heen zijn bacteriën en schimmels aanwezig. Ze kunnen je ziek maken zodra ze je lichaam binnendringen. Gelukkig vormt je huid een sterke barrière. De huid is bedekt met talg, een vetachtige stof die water afstoot en voorkomt dat ziekteverwekkers makkelijk kunnen binnendringen.

In de lucht die je inademt, zitten ook ziekteverwekkers. Slijmvliezen in je neus, luchtpijp en bronchiën produceren slijm waarin stof en ziekteverwekkers blijven kleven. Trilhaartjes vervoeren dit slijm naar de keelholte, waar je het doorslikt. In de maag worden de ziekteverwekkers vervolgens gedood door het maagzuur.

Soms lukt het ziekteverwekkers toch om het lichaam binnen te dringen. Dan ontstaat een infectie en wordt het immuunsysteem geactiveerd. Dit systeem vormt de tweede verdedigingslinie van je lichaam.

Op de buitenkant van cellen en ziekteverwekkers bevinden zich antigenen: unieke codes waarmee het immuunsysteem onderscheid maakt tussen eigen en lichaamsvreemde cellen. Zodra een ziekteverwekker wordt herkend, maakt een witte bloedcel deze onschadelijk door hem in te sluiten. Dit proces heet fagocytose, en de betrokken cellen heten fagocyten.

Andere witte bloedcellen produceren antistoffen die zich vastzetten aan ziekteverwekkers. Zo worden ze gemarkeerd en sneller herkend door andere witte bloedcellen. Omdat elke ziekteverwekker andere antigenen heeft, moet het immuunsysteem telkens nieuwe antistoffen aanmaken. Bij een eerste besmetting kost dat tijd.

Na een besmetting onthoudt het immuunsysteem de juiste antistoffen via speciale geheugencellen. Bij een volgende besmetting met dezelfde ziekteverwekker reageert het lichaam snel en effectief. Soms merk je daardoor niet eens dat je besmet bent: je bent dan immuun.

Gedurende je leven bouw je immuniteit op tegen steeds meer ziekteverwekkers. Dat kan op een natuurlijke of kunstmatige manier, en elk van deze manieren kan actief of passief zijn.

Natuurlijke immuniteit

Bij actieve natuurlijke immuniteit maak je zelf antistoffen aan na een infectie. Je lichaam leert de ziekteverwekker herkennen en kan bij een volgende besmetting direct reageren.

Passieve natuurlijke immuniteit ontstaat bijvoorbeeld bij baby’s die moedermelk drinken. In de melk zitten antistoffen van de moeder, waardoor de baby tijdelijk beschermd is. Het immuunsysteem van de baby leert echter nog geen eigen antistoffen aan te maken.

Kunstmatige immuniteit

Bij actieve kunstmatige immuniteit krijg je een vaccinatie. Een vaccin bevat dode of verzwakte ziekteverwekkers die het immuunsysteem activeren. Zo leert het lichaam de ziekteverwekker herkennen zonder dat je echt ziek wordt.

Passieve kunstmatige immuniteit wordt toegepast bij ernstige infecties. Dan krijg je een serum met kant-en-klare antistoffen toegediend. De ziekteverwekker wordt direct onschadelijk gemaakt, maar je lichaam leert zelf geen antistoffen aanmaken. Zodra deze antistoffen verdwijnen, ben je niet langer immuun.