8.1 Wat is gedrag? | Uitlegfilm
In dit thema leer je wat gedrag is en hoe wetenschappers gedrag bestuderen. Gedrag is alles wat een mens of dier doet. Dat betekent dat planten, schimmels en bacteriën volgens de biologie geen gedrag vertonen. Mensen vallen onder het dierenrijk, dus ook alles wat mensen doen, hoort bij gedrag.
Gedrag ontstaat doordat een dier reageert op prikkels. Dit kunnen prikkels van buitenaf zijn, zoals licht, geluid of geur. Daarnaast bestaan er ook prikkels van binnenuit, bijvoorbeeld honger of dorst. Deze prikkels worden opgevangen door de zintuigen en omgezet in impulsen. Dat zijn elektrische signalen die via zenuwen naar de hersenen gaan.
Vervolgens verwerken de hersenen deze impulsen en bepalen ze hoe je reageert. Die reactie noem je een respons. Een voorbeeld: je loopt langs een snackbar en ruikt de geur van patat. Je neus neemt deze geur waar, je hersenen verwerken het signaal en daarna besluit je bijvoorbeeld om patat te kopen.
Gedragsketens en vaste volgordes
Soms bestaat gedrag uit een vaste reeks handelingen die altijd in dezelfde volgorde plaatsvinden. Dit noem je een gedragsketen. Zo’n keten zie je vaak bij dieren.
Een bekend voorbeeld is het paringsgedrag van de driedoornige stekelbaars. Het mannetje voert een reeks handelingen uit om het vrouwtje te imponeren. Pas als alle stappen in de juiste volgorde zijn doorlopen, kan er uiteindelijk bevruchting plaatsvinden. Dit proces verloopt bij deze soort altijd op dezelfde manier.
Gedragsketens komen veel voor en zijn belangrijk om te herkennen. Daarom worden ze vaak gebruikt in opdrachten en toetsvragen.
Gedrag onderzoeken en observeren
Wetenschappers doen veel onderzoek naar gedrag, zowel bij dieren als bij mensen. Daarbij is het belangrijk dat je objectief observeert. Dat betekent dat je alleen beschrijft wat je ziet, zonder daar een mening of gevoel aan te koppelen.
Bijvoorbeeld: als een hond met zijn staart kwispelt, zeg je alleen dat hij kwispelt. Je zegt dus niet dat hij blij is, omdat je dat niet zeker weet. Door objectief te blijven, voorkom je dat je onderzoek beïnvloed wordt door je eigen interpretatie.
Bij gedragsonderzoek gebruik je vaak een ethogram. Dat is een lijst met alle handelingen die een dier kan uitvoeren, inclusief een korte beschrijving en afkorting. Vervolgens noteer je in een protocol welke handelingen het dier daadwerkelijk uitvoert en op welk moment.
Tot slot is het belangrijk dat je het gedrag van het dier niet beïnvloedt tijdens het observeren. Als een dier merkt dat het bekeken wordt, kan het zich anders gaan gedragen. Daarom probeer je als onderzoeker zo onopvallend mogelijk te blijven.
Samenvattend: gedrag is alles wat een dier doet als reactie op prikkels. Door goed en objectief te observeren, kun je gedrag op een betrouwbare manier bestuderen.
Liever de samenvatting lezen? Lees hier de
samenvatting over paragraaf 8.1
.
Klaar met luisteren?
Test jezelf met vragen over 8.1
.