8.1 Wat is gedrag? | Test jezelf Resultaat Probeer opnieuw 1. Wat wordt bedoeld met gedrag? A. Alleen reacties op prikkels B. Alles wat een mens of dier doet C. Alleen bewuste acties van mensen D. Alleen bewegingen van dieren 2. Wat zijn handelingen? A. Alleen automatische reacties B. Alleen aangeleerd gedrag C. Gedachten van een dier D. Losse activiteiten waaruit gedrag bestaat 3. Wanneer spreek je van een gedragsketen? A. Als handelingen in een vaste volgorde plaatsvinden B. Als gedrag niet verandert C. Als gedrag aangeleerd is D. Als handelingen willekeurig plaatsvinden 4. Wat is een kenmerk van een gedragsketen? A. Alleen het eindresultaat is belangrijk B. Het gedrag stopt na één handeling C. Elke handeling leidt tot een volgende handeling D. Elke handeling staat los van de vorige 5. Wat is een observatie? A. Een feitelijke waarneming B. Een verklaring van gedrag C. Een mening over gedrag D. Een voorspelling van gedrag 6. Wat is een interpretatie? A. Een objectieve beschrijving B. Een herhaling van gedrag C. Een meting van gedrag D. Een eigen uitleg van wat je ziet 7. Wat betekent objectief waarnemen? A. Alleen meningen opschrijven B. Alleen feiten beschrijven C. Met gevoel kijken D. Alleen gokken 8. Wat bestudeert de ethologie? A. Het weer B. Planten C. Gedrag van dieren D. Cellen 9. Wat is een ethogram? A. Een objectieve beschrijving van handelingen B. Een lijst met meningen C. Een schema van emoties D. Een voorspelling van gedrag 10. Wat is een protocol? A. Een beschrijving van gevoelens B. Een conclusie van onderzoek C. Een theorie over gedrag D. Een lijst van opeenvolgende handelingen 11. Wat doen biologen als ze gedrag bestuderen? A. Alleen conclusies trekken B. Observeren wat dieren doen C. Alleen vragen stellen D. Alleen experimenten uitvoeren 12. Waarom moet gedragsonderzoek objectief zijn? A. Omdat dieren dat willen B. Omdat het sneller werkt C. Omdat alleen feiten betrouwbaar zijn D. Omdat meningen belangrijk zijn 13. Wat is een interpretatie bij een hond die kwispelt? A. De hond is blij B. De hond loopt C. De hond beweegt zijn staart D. De hond zit stil 14. Waar vertonen dieren hun natuurlijke gedrag? A. In een laboratorium B. In een kooi C. In gevangenschap D. In het wild 15. Wat is het doel van een ethogram? A. Gedrag voorspellen B. Handelingen objectief vastleggen C. Conclusies trekken D. Gevoelens beschrijven 16. Wat noteer je in een protocol? A. Alleen meningen B. Alleen gevoelens C. De volgorde van handelingen D. Alleen begin en einde 17. Wat is een voorbeeld van gedrag? A. Slapen B. Alleen praten C. Alleen bewegen D. Denken 18. Waarom werd het experiment meerdere keren uitgevoerd? A. Voor minder werk B. Voor de snelheid C. Voor het plezier D. Voor betrouwbaarheid 19. Wat is ethologie? A. De studie van cellen B. De studie van gedrag C. De studie van het lichaam D. De studie van planten Vorige Volgende Controleer antwoorden