Witte bloedcellen (leukocyten): functie, typen en rol in het immuunsysteem
Wat zijn witte bloedcellen?
Door het lichaam van een volwassen mens stroomt ongeveer vijf liter bloed. Bloed is drie keer zo dik als water en bestaat voor circa 80 procent uit bloedplasma, een lichtgele vloeistof waarin rode bloedcellen, witte bloedcellen en bloedplaatjes zich bevinden. In één kubieke millimeter bloed zitten gemiddeld vijf miljoen rode bloedcellen, 500.000 bloedplaatjes en ongeveer 7000 witte bloedcellen.
Hoewel witte bloedcellen deel uitmaken van het bloedvatenstelsel, vervullen zij vooral een centrale rol binnen het immuunsysteem. Hun belangrijkste taak is het onschadelijk maken van ziekteverwekkers zoals bacteriën, schimmels en virussen.
Bouw en eigenschappen
Witte bloedcellen, ook wel leukocyten genoemd, zijn relatief groot en onderscheiden zich van rode bloedcellen doordat zij een celkern bezitten. Ze kunnen van vorm veranderen en zijn in staat tussen de wanden van haarvaten door te kruipen. Hierdoor verlaten zij de bloedbaan en komen zij in de weefselvloeistof terecht, waar zij ziekteverwekkers kunnen opsporen en vernietigen.
Typen witte bloedcellen
Er bestaan verschillende typen witte bloedcellen, elk met een eigen gespecialiseerde functie. Globaal worden zij ingedeeld in drie hoofdgroepen: granulocyten, lymfocyten en monocyten.
Granulocyten
Granulocyten bevatten kleine korrels in het cytoplasma en hebben vaak een hoefijzervormige celkern. De grootste groep binnen deze categorie zijn de neutrofielen, die ongeveer 60 procent van alle witte bloedcellen uitmaken. Zij nemen bacteriën en schimmels op en spelen een belangrijke rol bij acute ontstekingsreacties.
Neutrofielen vormen het belangrijkste bestanddeel van pus of etter. Dit bestaat grotendeels uit dode witte bloedcellen waarin onschadelijk gemaakte bacteriën zijn opgenomen.
Lymfocyten
Tussen de twintig en veertig procent van de witte bloedcellen bestaat uit lymfocyten. Deze cellen hebben een ronde celkern en komen vooral voor in het lymfestelsel, waar zij een centrale rol spelen bij zowel de algemene als de specifieke afweer.
Er zijn twee hoofdtypen lymfocyten. B-lymfocyten rijpen in het beenmerg en zijn verantwoordelijk voor de productie van antilichamen. T-lymfocyten rijpen in de thymus en spelen een belangrijke rol bij de cellulaire afweer. Wanneer een lymfocyt een ziekteverwekker opnieuw tegenkomt, reageert hij snel door grote hoeveelheden antilichamen aan te maken. Deze binden zich aan de ziekteverwekkers en maken opruiming mogelijk.
Monocyten
Monocyten vormen slechts enkele procenten van het totale aantal witte bloedcellen. Ze werken vergelijkbaar met neutrofielen als ‘opruimcellen’, maar leven langer. Daarnaast hebben zij een belangrijke functie bij het presenteren van ziekteverwekkers aan lymfocyten, waardoor deze gericht antilichamen kunnen aanmaken.
Witte bloedcellen en ziekte
Een afwijkend hoog aantal witte bloedcellen kan wijzen op verschillende aandoeningen, waaronder HIV en leukemie. Leukemie is een verzamelnaam voor meerdere vormen van beenmergkanker waarbij de groei en rijping van witte bloedcellen is ontregeld.
Bij leukemie worden grote hoeveelheden onrijpe witte bloedcellen gevormd. Deze verdringen de aanmaak van rode bloedcellen en bloedplaatjes, wat leidt tot uiteenlopende klachten. Omdat de ziekte het hele lichaam betreft, is een operatie niet mogelijk. In sommige gevallen kan een beenmergtransplantatie uitkomst bieden, waarbij ongezonde beenmergcellen worden vervangen door gezonde cellen van een donor.
Meer achtergrondinformatie over bloed en ziekteprocessen is te vinden op MijnBiologie – Bloed, MijnBiologie – Ziekte en op Wikipedia – Witte bloedcel.