Vrouwen en mannen: geslacht, verschillen en levensverwachting


mannelijk voortplantingsstelsel met zaadballen bijballen zaadleiders prostaat en penis
Aan zwangere vrouwen wordt vaak gevraagd of het een jongetje of een meisje wordt. Die vraag is eigenlijk misleidend, omdat het geslacht van het ongeboren kind al vastligt op het moment van de bevruchting. Zodra de kern van de zaadcel versmelt met de kern van de eicel, staat genetisch vast of het om een jongen of een meisje gaat.

vrouwelijk voortplantingsstelsel met eierstokken eileiders baarmoeder en vagina De vader bepaalt het geslacht van het kind. Elke eicel van de vrouw bevat een X-chromosoom. Als de zaadcel van de man ook een X-chromosoom bevat, ontstaat een combinatie van twee X-chromosomen en ontwikkelt zich een meisje. Bevat de zaadcel een Y-chromosoom, dan ontstaat een XY-combinatie en wordt het een jongen.

Op het eerste gezicht lijkt dit een kans van vijftig procent voor beide geslachten, maar in de praktijk is dat niet helemaal het geval. Het Y-chromosoom is kleiner en lichter dan het X-chromosoom. Daardoor heeft een zaadcel met een Y-chromosoom een iets grotere kans om als eerste de eicel te bereiken en deze te bevruchten.

Dit verklaart waarom er wereldwijd iets meer jongens dan meisjes worden geboren. Gemiddeld zijn er ongeveer 105 mannen per 100 vrouwen. In Europa zijn er over het geheel genomen juist iets meer vrouwen, en in Nederland leven zelfs ongeveer 150.000 meer vrouwen dan mannen.

Volgens oude volkswijsheden zou de kans op een meisje groter worden door gemeenschap vlak voor de eisprong, door geen koffie te drinken, het vrouwelijk orgasme te vermijden of door seks te hebben bij volle maan. Wetenschappelijk bewijs hiervoor ontbreekt. Wel blijkt uit onderzoek dat stress in de tweede en derde maand van de zwangerschap leidt tot de geboorte van minder jongetjes.

Jongetjes blijken gevoeliger te zijn voor stresshormonen dan meisjes. De kans dat een mannelijke foetus overlijdt in het eerste trimester van de zwangerschap is daardoor groter. Dit draagt bij aan de uiteindelijke geslachtsverhouding bij de geboorte.

Levensverwachting en biologische verschillen

Vrouwen bezoeken gemiddeld vaker de huisarts dan mannen en gebruiken ongeveer zestig procent van alle geneesmiddelen in Nederland. Toch leven vrouwen langer. De levensverwachting van Nederlandse mannen bedraagt ongeveer 79,1 jaar, terwijl vrouwen gemiddeld 82,8 jaar oud worden.

Er is geen enkel land ter wereld waar vrouwen een kortere levensverwachting hebben dan mannen. De exacte oorzaak hiervan is niet bekend, maar hormonale verschillen spelen waarschijnlijk een rol. Vrouwen hebben meer van het hormoon oestrogeen, dat beschermend werkt tegen het dichtslibben van bloedvaten en daarmee tegen hart- en vaatziekten.

Mannen maken meer testosteron aan, wat mogelijk ongunstig is voor de gezondheid op lange termijn. Daarnaast hebben vrouwen gemiddeld langere telomeren. Dit zijn beschermende uiteinden van chromosomen die bij elke celdeling korter worden. Kortere telomeren beperken het aantal mogelijke celdelingen en versnellen het verouderingsproces.

Ook gedrag speelt een rol in de verschillen in levensverwachting. Mannen roken en drinken vaker, vertonen meer risicovol gedrag, vechten meer en zijn roekelozer in het verkeer. Deze factoren vergroten de kans op ziekte en vroegtijdig overlijden.

Meer informatie over de bouw en functie van geslachtsorganen is te vinden op MijnBiologie.nl. Een overzicht van biologische en sociale verschillen tussen man en vrouw staat op deze pagina. Achtergrondinformatie over de geslachtsverhouding bij de geboorte is te vinden via Wikipedia.