Botten: bouw, functies en samenstelling van het skelet
Mensen hebben een inwendig skelet. Dit betekent dat alle botten zich aan de binnenkant van het lichaam bevinden. Dit in tegenstelling tot bijvoorbeeld insecten en krabben, die een uitwendig skelet hebben. Een inwendig skelet is zeer beweeglijk, maar biedt minder bescherming dan een uitwendig skelet. Alleen enkele kwetsbare organen, zoals de hersenen, het hart en de longen, worden goed beschermd. Het grootste deel van het lichaam krijgt nauwelijks bescherming van het skelet.
Aantal botten in het menselijk lichaam
Een mens wordt geboren met ongeveer 300 botjes. Tijdens het opgroeien vergroeien verschillende botten met elkaar, waardoor een volwassen mens gemiddeld uitkomt op ongeveer 206 botten. Bij baby’s zijn bijvoorbeeld de schedelbeenderen nog niet met elkaar vergroeid.
Sommige botten ontstaan pas later in het leven. Zo ontwikkelen kinderen rond hun tweede levensjaar de knieschijven. Ook bij volwassenen komen verschillen voor in het aantal botten. Het staartbeen kan bestaan uit drie tot vijf vergroeide wervels en sommige mensen hebben één of twee extra ribben.
Gewicht en opbouw van botten
Het skelet van een volwassen persoon weegt gemiddeld ongeveer acht kilogram, wat neerkomt op circa vijftien procent van het totale lichaamsgewicht. Zwaardere mensen hebben geen aanzienlijk zwaardere botten dan lichtere mensen.
Botten zijn van binnen grotendeels hol. Deze bouw zorgt ervoor dat het skelet stevig is, maar toch relatief licht blijft. In de holle ruimtes bevindt zich beenmerg. Een klein deel daarvan is geel beenmerg, dat vetcellen bevat. Het grootste deel is rood beenmerg, waar bloedcellen worden aangemaakt. Bij volwassenen vindt deze bloedcelproductie vooral plaats in platte beenderen, zoals het bekken, het borstbeen en de ribben.
Functies van botten
Naast bescherming spelen botten een belangrijke rol bij beweging. Het menselijk lichaam telt ongeveer 640 spieren. Deze spieren zijn via pezen verbonden met het skelet. Wanneer spieren zich samentrekken, bewegen de botten en daarmee het lichaam.
Bij voortbeweging komen grote krachten te staan op de benen en voeten. Niet voor niets bevindt zich ongeveer een kwart van alle botten in de voeten. Het grootste bot van het lichaam, het dijbeen, ligt in het bovenbeen. Het kleinste botje, de stijgbeugel, bevindt zich in het middenoor.
Been en kraakbeen
Het skelet bestaat uit twee typen steunweefsel: been en kraakbeen. Been is hard en bevat veel kalkzouten. Kraakbeen is elastischer en bestaat vooral uit lijmstoffen. Bij baby’s bestaat een groot deel van het skelet nog uit kraakbeen, wat de geboorte vergemakkelijkt.
In de loop van het leven verandert de samenstelling van de botten. Het kraakbeen wordt geleidelijk omgezet in beenweefsel met een hoog gehalte aan kalkzouten. Op sommige plaatsen blijft kraakbeen aanwezig, zoals in de oorschelp, de neus en tussen de wervels van de wervelkolom.
Kraakbeen herstelt langzaam na beschadiging, omdat er geen bloedvaten doorheen lopen. Beenweefsel kan op latere leeftijd juist brozer worden door de toenemende hoeveelheid kalkzouten. Dit verklaart waarom oudere mensen vaker botbreuken oplopen, zoals een heupfractuur.
Meer informatie over de bouw van botten, een overzicht van botten in het menselijk lichaam en aanvullende achtergrondinformatie is te vinden op Wikipedia: botten van de mens.