Bloed: samenstelling, functies en bloedsomloop
Een volwassen mens heeft ongeveer vijf liter bloed in zijn lichaam, wat neerkomt op circa zeven procent van het lichaamsgewicht. Dit bloed wordt door het hart rondgepompt in een gesloten systeem van slagaders, aders en haarvaten. De totale lengte van alle bloedvaten samen bedraagt ongeveer 100.000 kilometer.
Bloedsomloop en bloedvaten
Het hart pompt het bloed in de slagaders. Dit zijn dikke, elastische bloedvaten die ervoor zorgen dat het bloed alle organen bereikt. De grootste slagader van het menselijk lichaam is de aorta, die zo dik kan zijn als een tuinslang.
Via de haarvaten stroomt het bloed vervolgens naar de aders, die het bloed weer terugvoeren naar het hart. Aders liggen minder diep in het lichaam dan slagaders en zijn vaak zichtbaar onder de huid. Veel aders bevatten kleppen die voorkomen dat het bloed terugstroomt.
Haarvaten zijn extreem dun: ongeveer tien keer dunner dan een menselijke haar. Op geen enkele plaats in het lichaam bevinden twee haarvaten zich meer dan 0,02 millimeter van elkaar. In deze haarvaten vindt de uitwisseling van zuurstof, voedingsstoffen en afvalstoffen plaats.
Functies van het bloed
De belangrijkste functie van bloed is het transport van stoffen. Het vervoert zuurstof, opgenomen in de longen, naar alle cellen van het lichaam en voert koolstofdioxide af naar de longen. Daarnaast transporteert bloed voedingsstoffen, antistoffen, hormonen en warmte.
Bloed is ongeveer drie keer zo dik als water en bestaat voor circa 80 procent uit bloedplasma. Dit is een lichtgele vloeistof waarin rode bloedcellen, witte bloedcellen en bloedplaatjes zich bevinden.
In één kubieke millimeter bloed zitten gemiddeld vijf miljoen rode bloedcellen, 500.000 bloedplaatjes en ongeveer 7.000 witte bloedcellen.
Bloedcellen en bloedplaatjes
Rode bloedcellen
Rode bloedcellen zijn cellen zonder celkern. Ze hebben een ronde vorm en zijn aan beide zijden ingedeukt, waardoor het oppervlak groot is. Hierdoor kunnen ze efficiënt zuurstof en koolstofdioxide vervoeren.
Rode bloedcellen bevatten het eiwit hemoglobine, dat verantwoordelijk is voor het transport van zuurstof en koolstofdioxide. Hemoglobine is rood en geeft bloed zijn kenmerkende kleur. Voor de aanmaak ervan is ijzer nodig.
Een volwassen mens heeft bijna één kilogram hemoglobine in het lichaam, waarin ongeveer drie gram ijzer is opgeslagen. In het beenmerg worden per seconde ongeveer drie miljoen rode bloedcellen aangemaakt. Na circa 120 dagen worden ze afgebroken in de milt en de lever.
Rode bloedcellen bepalen ook de bloedgroep. Afhankelijk van bepaalde eiwitten op het celmembraan heeft iemand bloedgroep A, B, AB of 0 (nul). Het biologische nut van deze bloedgroepen is onbekend.
Witte bloedcellen
Witte bloedcellen komen in verschillende soorten voor en spelen een belangrijke rol in het afweersysteem. Ze beschermen het lichaam tegen binnendringende bacteriën en virussen en helpen bij het opruimen van schadelijke stoffen.
Bloedplaatjes
Bloedplaatjes zijn geen volledige cellen, maar fragmenten van cellen. Ze zijn essentieel voor de bloedstolling en zorgen ervoor dat bloedingen snel worden gestopt bij beschadiging van bloedvaten.
Aanvullende achtergrondinformatie over bloed is te vinden op Wikipedia: Bloed .