12.1 Enzymen | Uitlegfilm
Welkom bij de uitleg over het thema voeding en vertering. In deze basisstof leer je wat enzymen zijn, hoe ze werken en hoe voedsel beschermd kan worden tegen bederf.
Wat zijn enzymen?
Om te begrijpen wat enzymen doen, moet je weten waar ze een rol spelen. Bij voeding en vertering draait alles om het verteringsstelsel. Alles wat je eet, komt daarin terecht. De taak van het verteringsstelsel is om voedsel klein te maken zodat voedingsstoffen kunnen worden opgenomen in je lichaam.
Het verteringsstelsel heeft twee hoofdfuncties: het verteren van voedsel en het opnemen van voedingsstoffen. Voor dat verteren zijn verteringssappen nodig. In die sappen zitten de enzymen die het werk doen.
Enzymen kun je zien als kleine stofjes die werken als schaartjes. Ze knippen grote voedingsstoffen in kleinere stukjes zodat deze via het bloed kunnen worden opgenomen.
Hoe werken enzymen?
Een enzym bindt aan een stof, knipt deze in tweeën en laat daarna weer los. Hetzelfde enzym kan daarna opnieuw worden gebruikt. Een enzym is dus herbruikbaar, net als een schaar die telkens een nieuw stukje papier knipt.
Er is één belangrijk verschil: een enzym kan maar één soort stof afbreken. Daarom heeft je lichaam veel verschillende enzymen, elk met een eigen taak. Je kunt het zien als een gereedschapskist vol met verschillende enzymen, elk gespecialiseerd in een bepaalde voedingsstof.
Er bestaan ook enzymen die stoffen juist aan elkaar bouwen in plaats van ze af te breken. Zulke enzymen vind je in andere delen van het lichaam. Ook zij werken steeds opnieuw en blijven actief in hun specifieke proces.
Zonder enzymen zouden veel reacties in je lichaam niet of nauwelijks plaatsvinden. Je zou voedsel niet kunnen verteren, geen energie kunnen vrijmaken en veel processen zouden te langzaam verlopen. Enzymen zorgen ervoor dat reacties sneller en nauwkeuriger verlopen door de juiste stoffen bij elkaar te brengen.
Wat is enzymactiviteit?
Enzymactiviteit betekent de snelheid waarmee een enzym werkt. Als de activiteit hoog is, verloopt de reactie snel; bij lage activiteit gaat het trager.
De snelheid hangt af van factoren zoals de temperatuur en de zuurgraad. Daarom blijft de lichaamstemperatuur constant rond de 37 °C — de temperatuur waarbij de meeste enzymen optimaal werken.
In een grafiek zie je dat de enzymactiviteit stijgt naarmate de temperatuur toeneemt, tot een bepaald punt: het optimum. Dat is de temperatuur waarbij het enzym het beste werkt. Wordt het warmer dan het optimum, dan neemt de activiteit snel af. Het enzym raakt dan beschadigd en verliest zijn werking. Bij lage temperaturen werkt het enzym langzamer, maar blijft intact. Zodra het weer warmer wordt, functioneert het opnieuw normaal.
Conserveren van voedsel
Conserveren betekent voedsel langer houdbaar maken door te voorkomen dat bacteriën en schimmels kunnen groeien of zich vermenigvuldigen. Dat kan op verschillende manieren:
Koelen of invriezen: bij lage temperaturen kunnen micro-organismen zich nauwelijks vermenigvuldigen.
Conserveringsmiddelen: dit zijn stoffen die het voor bacteriën en schimmels moeilijk maken om te overleven.
Inblikken: hierbij wordt voedsel verhit in een afgesloten blik. Alle micro-organismen sterven en omdat het blik luchtdicht is, kunnen er geen nieuwe bij komen.
Alle vormen van conserveren hebben hetzelfde doel: voedsel veilig en langer houdbaar maken.
Als je toch voedsel eet met ziekteverwekkers, krijg je een voedselinfectie. Dat kan leiden tot buikpijn, diarree of overgeven. Je lichaam probeert dan de ziekteverwekkers zo snel mogelijk kwijt te raken.
Samenvatting
– Enzymen breken stoffen af of bouwen ze op.
– Ze werken het best bij een specifieke temperatuur en zuurgraad.
– Conserveren voorkomt dat bacteriën en schimmels voedsel laten bederven.
Heel veel succes en tot de volgende video!
Liever de samenvatting lezen? Lees hier de
samenvatting over paragraaf 12.1
.
Klaar met luisteren?
Test jezelf met vragen over 12.1
.