11.6 De oren | Uitlegfilm

In deze uitleg leer je hoe het oor werkt: het evenwichtsorgaan en het gehoororgaan. Het grootste deel van het oor ligt diep in de schedel, hoewel je meestal alleen de oorschelp en de gehoorgang ziet.

Het evenwichtsorgaan

Het evenwichtsorgaan bestaat uit drie buisjes met vloeistof. Wanneer je je hoofd beweegt, stroomt de vloeistof. In de buisjes zitten zintuigcellen die deze beweging waarnemen. Zo weet je lichaam in welke stand je hoofd zich bevindt. Het evenwichtsorgaan zorgt er dus voor dat je je evenwicht kunt bewaren.

Het gehoororgaan

Het gehoororgaan maakt het mogelijk om geluid (trillende lucht) waar te nemen. Het proces begint bij de oorschelp, die de trillingen opvangt en naar binnen leidt via de gehoorgang. De vorm van de oorschelp helpt om geluid goed te richten.

In de gehoorgang zitten oorsmeerkliertjes die oorsmeer maken. Dit houdt het trommelvlies soepel. De luchttrillingen laten het trommelvlies bewegen.

Aan de andere kant van het trommelvlies liggen drie gehoorbeentjes: de hamer, het aambeeld en de stijgbeugel. Deze geven de trillingen door aan het slakkenhuis.

Het slakkenhuis is een opgerolde buis gevuld met vloeistof. Wanneer de gehoorbeentjes trillen, gaat ook deze vloeistof bewegen. Aan de binnenkant zitten haarcellen. Hun beweging veroorzaakt impulsen die via de gehoorzenuw naar de hersenen gaan. Daar worden ze omgezet in geluid.

Hoge en lage tonen

In het slakkenhuis bevinden zich korte haartjes aan de voorkant voor hoge tonen en lange haartjes verder naar achteren voor lage tonen. Daartussen liggen haartjes van verschillende lengtes, zodat je allerlei tonen kunt onderscheiden.

Bij jonge mensen werken vooral de korte haartjes goed. Ze kunnen echter beschadigd raken door te hard geluid, bijvoorbeeld bij concerten of met harde muziek. Gebroken haartjes groeien niet meer aan, waardoor je hoge tonen slechter hoort.

Na blootstelling aan hard geluid hoor je soms een piep of suis. Dat komt doordat haartjes tijdelijk beschadigd zijn. Meestal verdwijnt het geluid, maar bij langdurige blootstelling kan het blijvend zijn. Dat heet tinnitus. Mensen met tinnitus horen voortdurend een piep, wat erg storend kan zijn.

Bescherm daarom je oren: luister niet te hard en gebruik gehoorbescherming bij harde geluiden.

De buis van Eustachius

De buis van Eustachius verbindt de trommelholte met de keelholte. Bij het slikken gaat de buis even open, zodat er lucht in en uit kan. Zo blijft de luchtdruk aan beide kanten van het trommelvlies gelijk, wat nodig is om goed te kunnen horen.

In een vliegtuig of in de bergen voel je soms druk op je oren of hoor je een “plop”. Dat komt door veranderingen in luchtdruk. Door te slikken, gapen of kauwgom te kauwen open je de buis van Eustachius en wordt de druk gelijkgemaakt.

Wanneer je verkouden bent, kan deze buis verstopt raken door slijm. De druk wordt dan niet goed gelijk en je hoort tijdelijk slechter.

Samengevat: het oor zorgt dat je kunt horen, je evenwicht kunt bewaren en dat je oren beschermd blijven tegen harde geluiden.