9.6 Ontkieming, groei en ontwikkeling Samenvatting

De bouw van een zaad

Afbeelding van de bouw van een zaad van een bruine boon met zaadhuid, zaadlobben, reservevoedsel en kiem Een zaad, zoals van een bruine boon, is eigenlijk een compleet pakketje voor een nieuwe plant. Aan de buitenkant zit de zaadhuid, een stevig vlies dat het zaad beschermt. Binnenin zitten twee zaadlobben met reservevoedsel, zoals zetmeel en eiwitten. Tussen de zaadlobben ligt de kiem, het begin van een nieuw plantje met een worteltje, stengeltje en blaadjes.

Wat gebeurt er bij ontkieming?

Bij de ontkieming begint het zaad te groeien. Dit gebeurt pas als de omstandigheden goed zijn: er moet voldoende water, zuurstof en warmte zijn. Het zaad neemt water op en zwelt op. Hierdoor barst de zaadhuid open en groeit het worteltje naar buiten. Dit worteltje vormt wortelharen en neemt water en mineralen op. Daarna groeit het stengeltje en komen de zaadlobben boven de grond, waar ze zorgen voor energie totdat de jonge blaadjes via fotosynthese zelf glucose kunnen maken.

Hoe groeit een plant?

Groei begint met gewone celdelingen (mitose). Daarna vindt plasmagroei plaats: de nieuwe cellen vullen zich met cytoplasma en worden groter. Ook treedt celstrekking op, waarbij cellen groter worden doordat ze veel water opnemen in hun vacuole. Hierdoor kunnen plantendelen langer worden. Die lengtegroei gebeurt vooral bij groeipunten: de uiterste delen van wortels en stengels. Planten groeien ook in de dikte, bijvoorbeeld bij bomen.

Wat is ontwikkeling bij planten?

Naast groeien verandert ook de vorm van de plant. Dit heet ontwikkeling. Zo ontstaan uit de kiem bladeren, bloemen, vruchten en zaden. Dit kost energie, die vrijkomt door verbranding van glucose. Uiteindelijk doorloopt een plant een volledige levenscyclus: van zaad tot volwassen plant, die weer nieuwe zaden maakt.

Hoe overleven planten de winter?

Planten hebben verschillende strategieën om de winter te overleven. Eenjarige planten leven maar één jaar; zij overleven via hun zaden. Tweejarige planten groeien het eerste jaar en bloeien pas het tweede jaar. Ze slaan in het eerste jaar reservevoedsel op, vaak in een verdikte wortel. Sommige soorten overwinteren als een wortelrozet, waarbij de bladeren als een krans net boven de grond zitten. Vaste planten leven meerdere jaren en slaan voedsel op in ondergrondse delen, zoals een knol of bol. Zij lopen elk voorjaar weer uit en vormen opnieuw bloemen en zaden.

Woordenlijst

  • Celstrekking: Groeiproces waarbij een plantencel groter wordt doordat hij veel water opneemt in de vacuole.
  • Groeipunten: Uiteinden van wortels en stengels waar planten in de lengte groeien.
  • Plasmagroei: Groei van een cel doordat er nieuw cytoplasma wordt gevormd na celdeling.
  • Reservevoedsel: Stoffen zoals zetmeel, vetten en eiwitten die in zaden opgeslagen zijn voor de eerste groei van het kiemplantje.
  • Wortelrozet: Krans van bladeren die vlak boven de grond aan hetzelfde punt van de plant vastzitten.
  • Zaadhuid: Stevig vlies aan de buitenkant van een zaad dat het beschermt.
  • Zaadlobben: Delen van een zaad waarin reservevoedsel zit opgeslagen voor de kieming.