9.6 Ontkieming, groei en ontwikkeling | Uitlegfilm
In deze video leer je alles over de ontkieming, groei en ontwikkeling van planten. Als voorbeeld wordt de bruine boon gebruikt, omdat de onderdelen daarvan goed zichtbaar zijn. Toch geldt hetzelfde principe voor alle zaden: ze bestaan uit vergelijkbare delen.
Wanneer een boon onder de juiste omstandigheden terechtkomt — voldoende warmte en vocht — begint de ontkieming. Er verschijnt eerst een klein worteltje, dat zich verder vertakt. De wortels nemen water en mineralen op, waardoor het jonge plantje kan groeien. Daarna ontstaan groene delen die fotosynthese uitvoeren. Zo kan de plant zijn eigen energie produceren.
Een boon bestaat uit verschillende onderdelen. De zaadlobben bevatten de eerste reservevoedsel voor de kiem. Daaruit haalt het jonge plantje energie in de beginfase, omdat het nog geen fotosynthese kan doen. Rondom de boon zit de zaadhuid, die het zaad beschermt. Bij een bruine boon is die huid bruin, maar bij andere zaden kan de kleur verschillen.
Levensloop en levenscyclus
De levensloop beschrijft het verloop van het leven van één organisme: van geboorte tot dood. Een duidelijk voorbeeld is een vlinder. Uit een eitje komt een rups, die eet en groeit. Vervolgens verpopt de rups zich, waarna er een vlinder uitkomt. De vlinder plant zich voort, legt eitjes en sterft daarna. Dat is één volledige levensloop.
De levenscyclus is de opeenvolging van meerdere levenslopen. Het einde van de ene levensloop is het begin van de volgende. De vlinder legt eitjes, waaruit nieuwe rupsen komen, en zo herhaalt de cyclus zich steeds opnieuw. Dat geldt niet alleen voor dieren, maar ook voor planten.
Bij een tomatenplant zie je hetzelfde: een zaadje ontkiemt, er groeit een plant, die bloemen krijgt en vruchten vormt. De plant sterft uiteindelijk, maar de zaden uit de vruchten beginnen een nieuwe levensloop. Zo blijft de levenscyclus doorgaan.
Eenjarige, tweejarige en meerjarige planten
De duur van een levensloop verschilt per plantensoort. Eenjarige planten voltooien hun hele levensloop binnen één jaar. Tweejarige planten leven twee jaar: in het eerste jaar groeien ze vooral, en in het tweede jaar vindt de voortplanting plaats. Meerjarige planten, ook wel vaste planten genoemd, leven langer dan twee jaar. Veel bomen zijn hier een voorbeeld van.
Zo zie je dat elke plant een eigen ritme en cyclus heeft, maar dat het principe van ontkieming, groei en ontwikkeling voor alle soorten geldt.
Liever de samenvatting lezen? Lees hier de
samenvatting over paragraaf 9.6
.
Klaar met luisteren?
Test jezelf met vragen over 9.6
.