9.2 Goed geregeld Samenvatting
Wat gebeurt er in je lichaam?
Je lichaam voert voortdurend levensprocessen uit, zoals celvernieuwing en energieproductie. Om goed te functioneren, moeten omstandigheden zoals de hoeveelheid stoffen in het bloed constant blijven. Dit wordt geregeld via regelkringen en uitscheidingsorganen.
Regelkring: Zintuigen meten de hoeveelheid van een stof. Je hersenen vergelijken deze met de norm en sturen bij afwijkingen signalen naar organen om dit te corrigeren.
Uitscheidingsorganen: Longen, lever, nieren en huid verwijderen afvalstoffen uit het bloed om de balans te behouden.
Voorbeeld: Bij de ademhaling zorgt een hoog koolstofdioxidegehalte in het bloed ervoor dat je sneller gaat ademen, waardoor het gehalte weer daalt.
Hoe regel je het glucosegehalte van je bloed?
Na een maaltijd stijgt het glucosegehalte in je bloed. Het hormoon insuline verlaagt dit gehalte doordat cellen glucose opnemen en het als glycogeen opslaan in de lever en spieren.
Wanneer het glucosegehalte daalt, bijvoorbeeld tussen maaltijden, maakt de alvleesklier het hormoon glucagon aan. Dit zet glycogeen om in glucose, dat weer in het bloed terechtkomt.
De bloedsuikerspiegel blijft in evenwicht door de wisselwerking tussen insuline en glucagon.
Wanneer heb je suikerziekte?
Bij diabetes of suikerziekte werkt de glucoseregulatie niet goed, waardoor glucose zich ophoopt in het bloed. Dit veroorzaakt vermoeidheid en een te hoge bloedsuikerspiegel.
- Type 1: De alvleesklier produceert onvoldoende insuline.
- Type 2: De lichaamscellen reageren niet meer goed op insuline.
Diabetespatiënten meten hun bloedsuiker regelmatig en passen deze aan met insuline-injecties of voeding.
Wat doet je lever?
De lever speelt een belangrijke rol in de balans van stoffen in je lichaam. De lever voert vier hoofdtaken uit:
- Opbouw en omzetting: Maakt nieuwe eiwitten uit aminozuren en zet glucose om in vet.
- Afbraak: Breekt overtollige aminozuren af tot ureum en verwijdert giftige stoffen zoals medicijnen en alcohol.
- Afvoer: Produceert gal voor de uitscheiding van afvalstoffen zoals bilirubine uit oude rode bloedcellen.
- Opslag: Slaat glycogeen en ijzer op.
Hoe werken je nieren?
De nieren filteren afvalstoffen zoals ureum, overtollige zouten en vitaminen uit het bloed. Elke nier bevat veel nefronen die het bloed zuiveren via twee stappen:
- Filtratie: De bloeddruk perst bloedplasma uit de haarvaten; het gefilterde plasma heet voorurine.
- Resorptie: In de nierkanaaltjes worden nuttige stoffen zoals glucose en water terug opgenomen in het bloed.
De overgebleven afvalstoffen vormen urine, die via de blaas wordt afgevoerd. Elke dag produceren de nieren ongeveer 1,5 liter urine, waarmee overtollige en schadelijke stoffen het lichaam verlaten.
Woordenlijst
- Alvleesklier: Orgaan dat de hormonen glucagon en insuline maakt.
- Aminozuren: Bouwstenen van eiwitten.
- Bilirubine: Stof die ontstaat bij de afbraak van hemoglobine in de lever.
- Blaas: Orgaan waarin urine tijdelijk wordt opgeslagen voordat het wordt uitgeplast.
- Cholesterol: Vetachtige stof die gemaakt wordt door de lever.
- Diabetes: Ziekte waarbij de insulineregeling niet goed werkt; ander woord voor suikerziekte.
- Diabetes type 1: Ziekte waarbij de alvleesklier te weinig insuline maakt.
- Diabetes type 2: Ziekte waarbij cellen ongevoelig zijn geworden voor insuline.
- Eilandjes van Langerhans: Groepjes cellen in de alvleesklier die insuline en glucagon produceren.
- Filtratie: Het uitpersen van bloedplasma door bloeddruk in het nefron; begin van voorurine.
- Gal: Stof die vet in kleine druppeltjes verdeelt; gemaakt door de lever en opgeslagen in de galblaas.
- Glucagon: Hormoon dat de omzetting van glycogeen in glucose regelt.
- Glucose: Belangrijkste energierijke voedingsstof voor verbranding.
- Glycogeen: Lange keten van glucosedeeltjes; opslagvorm van glucose in lever en spieren.
- Hormonen: Stoffen die processen in je lichaam regelen.
- IJzer: Stof die onderdeel is van hemoglobine in rode bloedcellen.
- Insuline: Hormoon dat de opname en opslag van glucose regelt.
- Lever: Orgaan dat o.a. gifstoffen afbreekt, gal maakt en glucose opslaat.
- Leverader: Bloedvat dat zuurstofarm bloed van de lever naar de holle ader voert.
- Leverslagader: Bloedvat dat zuurstofrijk bloed van de aorta naar de lever brengt.
- Nefron: Kleinste filtereenheid van de nier die bloed zuivert.
- Nier: Orgaan dat bloed filtert en afvalstoffen verwijdert.
- Nierkanaaltje: Onderdeel van het nefron waar nuttige stoffen worden terug opgenomen.
- Poortader: Bloedvat dat voedingsstoffen vanuit darmen en maag naar de lever voert.
- Regelkring: Proces waarmee het lichaam omstandigheden constant houdt.
- Resorptie: Terug opname van nuttige stoffen vanuit de voorurine in het bloed.
- Suikerziekte: Ziekte waarbij de insulineregeling niet goed werkt; ander woord voor diabetes.
- Uitscheiding: Het verwijderen van overtollige, overbodige en giftige stoffen uit het bloed.
- Uitscheidingsorganen: Organen die afvalstoffen verwijderen: nieren, lever, longen en huid.
- Ureum: Afbraakproduct van aminozuren dat door de nieren wordt uitgescheiden.
- Urine: Mengsel van afvalstoffen en overtollig water dat het lichaam verlaat.
- Voorurine: Vloeistof die ontstaat na filtratie; bevat water, zouten, glucose en afvalstoffen.
Alles gelezen? Test jezelf met een paar vragen en kijk wat je al goed begrijpt over paragraaf 9.2!
Meer lezen? Scientias.nl – Wetenschappers zetten menselijke maagcellen met succes om in insulinefabriekjes .
Meer lezen? Scientias.nl – Darmbacteriën kunnen een stof produceren die type 2-diabetes verlicht .
Bekijk dit filmpje op Youtube over de bloedsuikerspiegel en de werking van spieren.