9.2 Goed geregeld sleep de woorden | Invuloefening

Je lichaam probeert voortdurend de omstandigheden in het bloed constant te houden. Dit gebeurt met behulp van waarin zintuigcellen, de en bepaalde samenwerken. Zo’n regelkring werkt met die de processen aansturen. Een voorbeeld is de regeling van het glucosegehalte in je bloed.


Na een maaltijd stijgt de hoeveelheid in je bloed. De geeft dan het hormoon insuline af, waardoor cellen glucose opnemen en de en spieren het overschot opslaan als . Wanneer het glucosegehalte daalt, maakt de alvleesklier het hormoon aan. Dat zorgt ervoor dat glycogeen in de lever wordt omgezet in , die daarna het bloed in gaat. Zo blijft de hoeveelheid glucose steeds rond de norm.


Bij werkt deze regeling niet goed. Bij diabetes type 1 maakt de alvleesklier te insuline, terwijl bij diabetes type 2 de lichaamscellen worden voor dit hormoon. Ook de lever speelt een belangrijke rol in het constant houden van het bloed: hij breekt aminozuren af waarbij ontstaat, maakt aan voor de afvoer van afvalstoffen en slaat op uit oude rode bloedcellen.


De nieren filteren het bloed in miljoenen , waar door filtratie voorurine ontstaat. In het worden belangrijke stoffen teruggehaald via resorptie, waarna overblijft die uiteindelijk in de wordt opgeslagen.

Score: 0 van de 1 goed (0%)