8.3 Aangeboren en aangeleerd gedrag | Uitlegfilm

In deze uitleg leer je het verschil tussen aangeboren gedrag en aangeleerd gedrag. Aangeboren gedrag is gedrag dat al vanaf de geboorte aanwezig is. Je hoeft dit dus niet te leren. Het wordt ook wel instinct genoemd.

Een goed voorbeeld bij mensen is de zuigreflex van een baby. Een baby heeft dit gedrag niet geleerd, maar kan het meteen uitvoeren. Daardoor kan een baby direct drinken bij de moeder. Dit is dus typisch aangeboren gedrag.

Vormen van aangeleerd gedrag

Aangeleerd gedrag ontstaat juist door ervaring en oefening. Er zijn vier belangrijke vormen die je moet kennen: conditionering, proefondervindelijk leren, gewenning en inprenting.

Bij conditionering leert een dier bepaald gedrag door beloning en straf. Gewenst gedrag wordt beloond, waardoor het vaker voorkomt. Ongewenst gedrag wordt bestraft, waardoor het juist afneemt.

Een hond kan bijvoorbeeld leren om te zitten. Als de hond gaat zitten en daarvoor een beloning krijgt, zal hij dit gedrag vaker laten zien. Blaft de hond ongewenst, dan kan straf ervoor zorgen dat dit gedrag minder wordt.

Proefondervindelijk leren en gewenning

Bij proefondervindelijk leren leert een dier door te proberen. Het dier test verschillende oplossingen totdat iets werkt. Daarna onthoudt het dier deze succesvolle aanpak.

Een voorbeeld is een hond die een speeltje krijgt waar eten in zit. In het begin weet de hond niet hoe hij het eten eruit krijgt. Door te draaien, bijten en proberen ontdekt hij uiteindelijk de juiste manier. Zo leert hij door ervaring.

Bij gewenning raakt een dier gewend aan een prikkel. Als een prikkel vaak terugkomt, reageert het dier er steeds minder op. Het gedrag neemt dus af.

Een voorbeeld zijn paarden die wennen aan harde geluiden, zoals vuurwerk. Door dit vaak te oefenen, schrikken ze uiteindelijk niet meer. Ook een hond kan wennen aan mensen die langslopen en daar niet meer op reageren.

Inprenting en klassieke conditionering

Inprenting is een speciale vorm van leren die alleen plaatsvindt in een gevoelige periode vroeg in het leven. Wat een dier in die periode leert, blijft vaak blijvend.

Bijvoorbeeld: kuikens leren kort na de geboorte wie hun moeder is. Het eerste bewegende object dat ze zien, beschouwen ze als hun moeder. Dit kunnen ze later niet meer veranderen.

Tot slot is er een bijzondere vorm van conditionering, onderzocht door Pavlov. Hij ontdekte dat honden gingen kwijlen bij het zien van voedsel. Vervolgens liet hij telkens een bel horen voordat hij eten gaf.

Na verloop van tijd gingen de honden al kwijlen bij alleen het geluid van de bel, zelfs zonder eten. Ze hadden geleerd dat de bel betekende dat er eten kwam. Dit heet klassieke conditionering.

Ook bij huisdieren zie je dit terug. Een hond kan bijvoorbeeld leren dat zitten wordt beloond met eten. Daardoor gaat hij uit zichzelf zitten in de verwachting dat hij een beloning krijgt.