8.3 Aangeboren en aangeleerd gedrag Samenvatting

Wat is aangeboren en aangeleerd gedrag?

Bij het onderwerp aangeboren en aangeleerd gedrag gaat het om de vraag: waarom gedraagt een dier of mens zich op een bepaalde manier? Gedrag wordt namelijk altijd bepaald door twee dingen: wat je al vanaf je geboorte meekrijgt én wat je later leert. Gedrag is dus meestal een combinatie van beide.

Aangeboren gedrag is gedrag dat al bij de geboorte aanwezig is en wordt bepaald door erfelijke factoren. Je hoeft het dus niet te leren. Aangeleerd gedrag ontstaat juist doordat een organisme tijdens zijn leven leert van ervaringen en situaties.

Verschillende vormen van leren

Naast aangeboren gedrag speelt leren een grote rol. Er zijn verschillende manieren waarop dieren en mensen gedrag kunnen aanleren. Deze leerprocessen zorgen ervoor dat gedrag kan veranderen of verbeteren.

  • Inprenting: leren in een korte, gevoelige periode vlak na de geboorte, zoals het herkennen van ouders.
  • Trial and error: leren door uitproberen en toevallige ontdekkingen.
  • Conditionering: leren door beloning of straf.
  • Gewenning: een reactie verdwijnt doordat een prikkel vaak wordt herhaald.

Hoe werken deze leerprocessen?

Bij inprenting is er maar een korte tijd waarin iets geleerd kan worden. Als die periode voorbij is, kan het niet meer worden aangeleerd. Dit zie je bijvoorbeeld bij jonge dieren die hun ouders leren herkennen.

Bij trial and error probeert een dier van alles uit. Door toevallig succes leert het wat werkt. Fouten maken hoort hier dus bij. Bij conditionering leert een dier gedrag doordat het wordt beloond of bestraft, zoals een hond die een trucje leert.

Bij gewenning verdwijnt een reactie juist. Als een prikkel vaak terugkomt en geen gevaar blijkt te zijn, reageert het dier er steeds minder op. Zo leert een dier bijvoorbeeld om niet meer te schrikken.

Combinatie van gedrag

In de praktijk bestaat gedrag bijna altijd uit een combinatie van aangeboren en aangeleerd gedrag.

Woordenlijst

  • Aangeboren gedrag: Gedrag dat al bij de geboorte aanwezig is en wordt bepaald door erfelijke factoren.
  • Aangeleerd gedrag: Gedrag dat ontstaat doordat een organisme tijdens het leven leert.
  • Conditionering: Manier van leren waarbij gedrag wordt aangeleerd door beloning of straf.
  • Gewenning: Vorm van leren waarbij een reactie op een prikkel verdwijnt doordat die prikkel vaak wordt herhaald.
  • Inprenting: Vorm van leren die alleen plaatsvindt in een korte, gevoelige periode na de geboorte, bijvoorbeeld het herkennen van ouders.
  • Trial and error: Manier van leren waarbij door uitproberen en toevallige ontdekkingen wordt geleerd wat wel en niet werkt.