8.2 Oorzaken van gedrag | Uitlegfilm
Gedrag ontstaat door een combinatie van inwendige prikkels en uitwendige prikkels. Deze prikkels beïnvloeden hoe een dier reageert in een bepaalde situatie. Daarom is gedrag nooit zomaar willekeurig, maar altijd het gevolg van wat een dier waarneemt en voelt.
Inwendige en uitwendige prikkels
Uitwendige prikkels komen van buiten het lichaam. Denk bijvoorbeeld aan licht, geur, geluid, aanraking of smaak. Deze prikkels worden waargenomen met de zintuigen en kunnen direct gedrag veroorzaken. Zo kan een roofdier reageren op het zien van een prooi of het ruiken van een vijand.
Inwendige prikkels ontstaan binnen het lichaam. Voorbeelden zijn honger, dorst, angst en de invloed van hormonen. Wanneer een dier honger heeft, zal het eerder op zoek gaan naar voedsel. Daardoor sturen deze prikkels het gedrag van binnenuit.
Meestal werken inwendige en uitwendige prikkels samen. Pas wanneer beide soorten prikkels elkaar versterken, ontstaat er een duidelijke gedragsreactie.
Sleutelprikkels en vast gedrag
In de ethologie komt vaak het begrip sleutelprikkel voor. Dit is een prikkel die doorslaggevend is voor het ontstaan van een bepaald gedrag. Een sleutelprikkel zorgt er bovendien voor dat steeds hetzelfde gedrag wordt uitgevoerd.
Een bekend voorbeeld is de mantelmeeuw. De kuikens pikken naar de rode stip op de snavel van de ouder. Deze rode stip is de sleutelprikkel. Door het pikken braakt de ouder voedsel uit, waardoor de kuikens kunnen eten.
Ook bij de driedoornige stekelbaars speelt een sleutelprikkel een rol. Mannetjes hebben in de paartijd een rode buik. Wanneer een mannetje een andere rode buik ziet, vertoont hij agressief gedrag. De rode kleur is dus de sleutelprikkel voor deze reactie.
Supranormale prikkels
Soms reageren dieren nog sterker op een overdreven prikkel. Zo’n prikkel noem je een supranormale prikkel. Dit is een kunstmatige prikkel die een sterkere reactie veroorzaakt dan de natuurlijke prikkel.
Bijvoorbeeld bij het roodborstje. Mannetjes reageren agressief op de rode borst van een ander mannetje. Wanneer ze echter een volledig rood model zien, reageren ze nog veel agressiever. Dit komt doordat de prikkel overdreven is.
Ook bij stekelbaarzen is dit onderzocht. Een modelvis met een extra rode kleur zorgde voor een sterkere agressieve reactie dan een echte soortgenoot. Daarom gebruiken onderzoekers supranormale prikkels om gedrag beter te begrijpen.
Samenvattend ontstaat gedrag dus door een combinatie van prikkels. Sleutelprikkels spelen hierbij een belangrijke rol, terwijl supranormale prikkels laten zien hoe sterk dieren op bepaalde signalen kunnen reageren.
Liever de samenvatting lezen? Lees hier de
samenvatting over paragraaf 8.2
.
Klaar met luisteren?
Test jezelf met vragen over 8.2
.