5.2 Voelen, ruiken en proeven | Uitlegfilm

In deze video leer je hoe we kunnen voelen, ruiken en proeven. We bekijken drie verschillende zintuigen en hoe ze samenwerken om prikkels waar te nemen.

De huid bestaat uit drie lagen: de opperhuid, de lederhuid en het onderhuids bindweefsel. De opperhuid heeft twee lagen: de hoornlaag (met dode, verhoornde cellen) en de kiemlaag (waar nieuwe huidcellen worden gevormd). De huid vormt een beschermende laag die ziekteverwekkers tegenhoudt en voorkomt dat je uitdroogt.

In de lederhuid bevinden zich haren met haarspiertjes, talgklieren, zweetklieren, bloedvaten en verschillende zintuigcellen. De haarspiertjes zorgen ervoor dat de haren rechtop kunnen gaan staan bij bijvoorbeeld kippenvel. Talgklieren maken talg, een vet dat de huid soepel houdt. De bloedvaten voeren zuurstof en voedingsstoffen aan en helpen bij het regelen van de lichaamstemperatuur.

Wanneer het warm is, zetten de bloedvaten in de huid uit en ga je zweten. Door de verdamping van zweet koel je af. Bij kou trekken de bloedvaten samen om warmte vast te houden. Zo helpt de huid je lichaam bij het handhaven van een stabiele temperatuur.

In de huid liggen verschillende soorten zintuigcellen die reageren op druk, temperatuur, pijn en aanraking. Deze cellen sturen impulsen via de zenuwen naar de hersenen, waar ze worden verwerkt.

Ruiken

Het reukzintuig bevindt zich in de neus, boven in de neusholte. Daar liggen reukzintuigcellen met kleine haartjes. Wanneer je inademt, komen geurstoffen via de lucht in je neus en raken deze haartjes. Zo ontstaat een prikkel die via de reukzenuw naar de hersenen wordt gestuurd. Als je iets goed wilt ruiken, adem je krachtiger in, zodat er meer lucht met geurstoffen de neusholte bereikt.

Proeven

Het smaakzintuig ligt in de tong. In kleine groefjes bevinden zich smaakknopjes met groepjes smaakcellen die haartjes hebben. Tijdens het eten raken smaakstoffen deze haartjes, waardoor een prikkel ontstaat die via de zenuwen naar de hersenen gaat. Zo neem je smaken waar.

Je reukzintuig en smaakzintuig werken nauw samen. Daarom proef je minder goed als je verkouden bent: de geurstoffen bereiken de reukzintuigcellen dan minder goed. Als je je neus dichtknijpt tijdens het eten, merk je hetzelfde effect.

De smaakknopjes kunnen vijf basissmaken onderscheiden: zoet, zout, zuur, bitter en umami (hartig). Door de combinatie van deze smaken en de geuren die je ruikt, kun je een groot aantal verschillende smaken herkennen.

Samenvattend: je huid beschermt je lichaam en bevat zintuigen voor aanraking, temperatuur, druk en pijn. Je neus vangt geurstoffen op met het reukzintuig, en je tong neemt smaakstoffen waar via het smaakzintuig. Samen zorgen ze ervoor dat je kunt voelen, ruiken en proeven.