5.2 Planten groeien Samenvatting
Hoe komt een plant uit een zaadje?
Een nieuwe plant begint als een kiem in een zaadje. Die kiem is al een compleet mini-plantje, met een worteltje, stengeltje en beginnende blaadjes. Daaromheen zitten zaadlobben met reservevoedsel en een beschermende zaadhuid. Pas als er genoeg vocht is, begint het zaadje te groeien. Dat noem je ontkiemen. De zaadhuid neemt water op, barst open, en het worteltje groeit naar buiten, gevolgd door de stengel en blaadjes. Tijdens het ontkiemen leeft de kiem van het voedsel in de zaadlobben.
Hoe groeit het plantje verder?
Nadat het plantje is ontkiemd, wordt het groter en zwaarder. Dat proces heet groei. Groei begint met celdeling, waarbij één cel zich splitst in twee. Daarna volgt celgroei: de nieuwe cel neemt water op en wordt groter. Dit gebeurt vooral in de groeipunten van wortels en stengels. Zo ontstaat lengtegroei, waarbij de wortels en stengels steeds langer worden. Intussen ontwikkelt het plantje ook nieuwe onderdelen, zoals bladeren, bloemen en zijwortels. Dat heet ontwikkeling.
Waardoor groeit de wortel naar beneden?
Een wortel groeit altijd de grond in. Dat komt door de zwaartekracht. In de groeipunten van wortels zitten cellen met zetmeelkorrels die naar beneden zakken. De wortel "merkt" dat en groeit daardoor altijd naar beneden. Zelfs als het plantje scheef ligt, corrigeren de wortels hun richting door die korrels. De stengel reageert juist op zonlicht. In het licht groeien de cellen normaal, maar in de schaduw nemen ze extra veel water op en worden ze langer. Daardoor buigt de stengel naar het licht toe, op zoek naar zon.
Hoe groeien bomen?
Bomen groeien op twee manieren: in de lengte én in de dikte. In de lente groeit een tak uit een eindknop; dat noem je uitlopen. Uit zijknoppen ontstaan zijtakken. De knoppen zijn beschermd door knopschubben, die afvallen als de knop opengaat. Op die plek blijft een ringlitteken achter. Elk ringlitteken geeft het einde van een groeiseizoen aan. Binnenin de stam zit een groeilaagje. Daar worden in voorjaar en zomer nieuwe houtcellen gemaakt. Daardoor vindt diktegroei plaats. Elk jaar vormt het groeilaagje een nieuwe jaarring. Door die ringen te tellen, zie je hoe oud een boom is en hoe snel hij groeide in bepaalde jaren.
Woordenlijst
- Celdeling: Cellen splitsen in tweeën, hierdoor groeit een organisme.
- Celgroei: Bij planten nemen pas gedeelde cells water op, waardoor de cel groeit.
- Diktegroei: Groei van de stam en takken van bomen in de dikte doordat er cells worden gevormd in het groeilaagje.
- Eindknop: Knop aan het einde van de tak, waaruit boomtakken langer worden.
- Groei: Het groter en zwaarder worden van een organisme.
- Groeilaagje: Laagje in de stam waar nieuwe houtcellen worden gemaakt.
- Groeipunten: Uiterste topjes van stengels en wortels; hier maakt de plant nieuwe cells aan.
- Jaarring: Laagje nieuwe houtcellen dat in één jaar wordt gevormd.
- Kiem: Het heel jonge plantje dat binnen in een zaadje zit.
- Knopschubben: Schubben die de knop beschermen tegen kou en tegen aanvreten door insecten.
- Lengtegroei: In de topjes van de stengels en wortels maakt de plant nieuwe cells bij, waardoor ze steeds langer worden.
- Ontkiemen: Het groeien van een nieuw plantje uit een zaadje.
- Ontwikkeling: Een organisme krijgt nieuwe delen.
- Ringlitteken: Ringvormig litteken op een tak, op de plek waar knopschubben van een eindknop zijn afgevallen.
- Uitlopers: Als in de lente een nieuw stuk tak uit een eindknop groeit.
- Vruchten: Ontstaan bij planten na de bevruchting uit het vruchtbeginsel; in de vrucht zitten de zaden.
- Zaden: Ontstaan bij planten na de bevruchting uit de zaadbeginsels; ze zitten in een vrucht.
- Zaadlobben: Het eerste paar blaadjes met reservevoedsel voor de kiem.
- Zaadhuid: Buitenste laag van een zaadje van een plant; beschermt de kiem en zaadlobben.
- Zetmeelkorrel: Korrel in een plantencel waarin zetmeel zit opgeslagen; bijvoorbeeld bij aardappelen en bonen.
- Zijknoppen: Knoppen aan de takken, waaruit nieuwe zijtakken groeien.
- Zonlicht: Licht van de zon dat de benodigde energie geeft voor de fotosynthese bij planten.
- Zwaartekracht: Aantrekkingskracht tussen de aarde en organismen en voorwerpen op aarde; hierdoor groeien wortels de grond in.
Alles gelezen? Test jezelf met een paar vragen en kijk wat je al goed begrijpt over paragraaf 5.2!
Meer lezen? NU.nl – Drie keer meer eikenprocessievlinders: rupsenoverlast verwacht in het noorden .