5.1 Het skelet van de mens | Uitlegfilm
In deze video leer je waaruit het menselijk skelet bestaat. Een volwassene heeft ruim tweehonderd botten. Een pasgeboren kind heeft er meer, doordat veel botten bij de geboorte nog uit losse stukken bestaan. Deze delen groeien later aan elkaar en vormen een stevig geheel.
Dat gebeurt onder andere bij de schedelbeenderen. Losse schedelplaten zorgen ervoor dat een baby tijdens de geboorte gemakkelijker door het geboortekanaal kan. Later groeien deze platen aan elkaar. Dat is belangrijk, omdat de schedel de hersenen moet beschermen. Ook de oogkassen liggen dieper in de schedel, zodat de ogen beter beschermd zijn.
Functies van het skelet
Het skelet beschermt kwetsbare organen. De ribbenkast beschermt bijvoorbeeld het hart en de longen. Daarnaast maakt het skelet beweging mogelijk, omdat spieren aan botten trekken. Verder geeft het het lichaam vorm en stevigheid.
In sommige botten worden ook bloedcellen gemaakt. Dat gebeurt in het rode beenmerg. In het gele beenmerg wordt vet opgeslagen. Daardoor heeft het skelet in totaal meerdere functies die samen zorgen voor bescherming, beweging en ondersteuning van het lichaam.
Onderdelen van het skelet
Het skelet bestaat uit verschillende groepen botten. De schedel bevat onder andere de bovenkaak, onderkaak en oogkassen. Daaronder ligt de wervelkolom. Die bestaat uit nekwervels, borstwervels, lendenwervels, het heiligbeen en het staartbeen. Tussen de wervels liggen kraakbeenschijfjes die schokken opvangen.
Aan de voorkant zitten het sleutelbeen en het schouderblad. Samen vormen ze de schoudergordel. Hieraan zit het opperarmbeen. De ribben zijn met kraakbeenverbindingen aan het borstbeen bevestigd. Die verbindingen zorgen ervoor dat de borstkas licht kan bewegen tijdens het ademhalen.
Verder bestaat de bekkenregio uit de heupbeenderen en het heiligbeen. Onder het bekken zitten de dijbenen. In de onderarm bevinden zich twee botten: de ellepijp aan de kant van de pink en het spaakbeen aan de kant van de duim. De handen bestaan uit handwortelbeentjes, middenhandsbeentjes en vingerkootjes.
Wervelkolom en lichaamshouding
De wervelkolom heeft een dubbele S-vorm. Daardoor kan hij schokken opvangen wanneer je loopt of springt. Een goede houding helpt om deze natuurlijke vorm te behouden. Tussen de wervels liggen tussenwervelschijven die soepel meebewegen. Als je vaak verkeerd zit of tilt, kunnen deze schijven beschadigd raken.
Aan de achterkant van de wervels zitten uitsteeksels. Deze kun je voelen wanneer je met je hand over je rug gaat. Aan deze punten hechten veel spieren aan, waardoor de wervelkolom een centrale rol speelt in beweging en stabiliteit.
Armen, benen, handen en voeten
De armen en benen worden ook wel samen de ledematen genoemd. De voeten bestaan uit voetwortelbeentjes, waaronder het hielbeen, gevolgd door middenvoetsbeentjes en teenkootjes. De bouw van de voeten lijkt sterk op die van de handen.
De handen hebben eerst de handwortelbeentjes, daarna de middenhandsbeentjes en tot slot de vingerkootjes. De overeenkomst in bouw laat zien hoe belangrijk deze structuren zijn voor beweging en ondersteuning.
Liever de samenvatting lezen? Lees hier de
samenvatting over paragraaf 5.1
.
Klaar met luisteren?
Test jezelf met vragen over 5.1
.