5.1 Genotype en fenotype | Uitlegfilm
Welkom bij de uitleg van thema 5: erfelijkheid en evolutie. In deze basisstof leer je de betekenis van de begrippen genotype en fenotype. Je ontdekt hoe het uiterlijk van een organisme tot stand komt, wat erfelijke informatie is en wat chromosomen zijn.
Fenotype
Het fenotype is het uiterlijk van een organisme — hoe het eruitziet. Dat geldt voor mensen, dieren, planten en zelfs bacteriën. Ieder organisme heeft zijn eigen fenotype. Het uiterlijk ontstaat door twee factoren: het genotype (de erfelijke informatie) en het milieu (de omgeving).
Genotype
Het genotype is het pakket erfelijke informatie dat een organisme van zijn ouders heeft gekregen. Deze informatie bepaalt hoe het organisme wordt opgebouwd. Bij mensen bevindt die informatie zich in de celkern van vrijwel elke cel. In elke celkern zitten chromosomen waarop de erfelijke eigenschappen staan.
Een mens heeft 23 paar chromosomen, in totaal 46. Trek je een chromosoom uit elkaar, dan zie je dat het een lange, dunne draad is waarop alle erfelijke informatie is opgeslagen — het bouwplan van het lichaam.
Elke cel bevat dezelfde erfelijke informatie. Dat betekent dat een cel uit je teen dezelfde genetische informatie heeft als een cel uit je hart of je oog. Alleen de informatie die in een specifieke cel nodig is, wordt daar ook gebruikt. De rest blijft inactief.
Erfelijke informatie en bevruchting
Het genotype ontstaat bij de bevruchting van een eicel door een zaadcel. Een eicel bevat 23 chromosomen van de moeder, en een zaadcel bevat 23 chromosomen van de vader. Samen vormen ze een bevruchte eicel met 46 chromosomen. Vanuit die ene cel ontstaan door celdeling miljarden cellen met exact dezelfde erfelijke informatie.
De invloed van het milieu
Je milieu — je omgeving — beïnvloedt hoe je eruitziet. Dingen zoals voeding, zonlicht, verzorging, kleding en keuzes die je zelf maakt, hebben invloed op je uiterlijk. Als iemand bijvoorbeeld zijn haar verft of een kleurtje krijgt door de zon, verandert het fenotype, maar niet het genotype.
Het fenotype is dus het resultaat van zowel de erfelijke informatie (genotype) als de invloeden van buitenaf (milieu). Het genotype kun je in principe niet veranderen; het fenotype daarentegen kan wel veranderen onder invloed van je omgeving.
Samenvatting
Het genotype bevat alle erfelijke informatie van een organisme en ligt vast in de chromosomen in de celkernen. Het fenotype is hoe een organisme eruitziet — een combinatie van het genotype en de invloeden uit het milieu. Samen bepalen ze het uiterlijk en de eigenschappen van elk levend wezen.
Succes met leren, en tot de volgende video!
Liever de samenvatting lezen? Lees hier de
samenvatting over paragraaf 5.1
.
Klaar met luisteren?
Test jezelf met vragen over 5.1
.