4.5 Geleedpotigen en gewervelden | Uitlegfilm

In deze video leer je hoe geleedpotigen en gewervelden worden ingedeeld. Daarnaast zie je op basis van welke kenmerken deze indeling wordt gemaakt. Zo krijg je een duidelijk beeld van de belangrijkste diergroepen in het dierenrijk.

Indeling van gewervelde dieren

Gewervelde dieren vormen één stam binnen het dierenrijk. Deze stam is verdeeld in vijf klassen: vissen, amfibieën, reptielen, vogels en zoogdieren. Elke klasse heeft herkenbare kenmerken. Daardoor kun je dieren makkelijk indelen.

Vissen zijn koudbloedig. Ze hebben een huid met schubben of slijm. Ze halen adem met kieuwen en leggen eieren zonder schaal. Een voorbeeld is de zeebaars.

Amfibieën zijn ook koudbloedig. Hun huid is bedekt met slijm. Ze leggen eieren zonder schaal en halen adem via de huid, de longen en in het begin via kieuwen. Tijdens hun ontwikkeling ondergaan ze een metamorfose. Kikkers beginnen als kikkervisjes met kieuwen en ontwikkelen later longen.

Omdat koudbloedige dieren afhankelijk zijn van de omgevingstemperatuur, kunnen ze in koude gebieden minder actief worden. Veel soorten houden daarom een winterslaap of winterrust.

Reptielen zijn eveneens koudbloedig. Ze hebben een huid met droge schubben. Ze halen adem met longen en leggen eieren met een leerachtige schaal. Denk aan krokodillen en hagedissen.

Vogels zijn de eerste groep die warmbloedig is. Hun huid is bedekt met veren. Ze hebben longen en leggen eieren met een kalkschaal, zoals het bekende kippenei.

Zoogdieren zijn ook warmbloedig. Ze hebben een huid met haren. Ze halen adem met longen en zijn levendbarend. De ontwikkeling van het jong vindt plaats in de baarmoeder. Bij de geboorte is het jong al volledig gevormd, zoals bij mensen.

Indeling van geleedpotigen

Na de gewervelden volgt de stam van de geleedpotigen. Deze dieren bestaan uit delen of segmenten, en hun poten zijn opgebouwd uit leden. De stam wordt verdeeld in vier groepen: insecten, kreeftachtigen, spinachtigen en veelpotigen.

Insecten worden ook wel zespotigen genoemd. Ze hebben een kop met ogen en voelsprieten, een borststuk en een achterlijf. Hun lichaam bestaat dus uit drie duidelijke delen.

Kreeftachtigen hebben tien of meer poten. Je herkent ze aan hun stevige pantser en hun typische bouw, zoals bij kreeften en garnalen.

Spinachtigen, zoals spinnen, hebben acht poten. Dat maakt ze goed te onderscheiden van insecten.

Veelpotigen hebben op elk segment meerdere poten. Hierdoor lijken ze uit een lange reeks identieke stukjes te bestaan. Elk segment draagt één of meer poten, zoals je ziet bij duizendpoten.

Wanneer je de belangrijkste kenmerken onthoudt, kun je deze diergroepen snel herkennen. Een korte samenvatting helpt om alles overzichtelijk te houden.