4.5 Geleedpotigen en gewervelden Samenvatting

Kenmerken van geleedpotigen

Geleedpotigen zijn dieren met een lichaam dat is opgebouwd uit stukjes: de segmenten. Ook hun poten bestaan uit kleine stukjes, de leden. Deze dieren hebben een hard uitwendig skelet, dat hen beschermt als een pantser. Maar dit skelet groeit niet mee, daarom moeten geleedpotigen regelmatig vervellen om te kunnen groeien.

Vier groepen geleedpotigen

Je kunt geleedpotigen indelen in vier groepen. Dat doe je door te kijken naar het aantal segmenten en poten:

  • Veelpotigen: Het hele lichaam bestaat uit segmenten, met op elk segment poten. Voorbeelden: miljoenpoot, reuzenduizendpoot.
  • Kreeftachtigen: Ze hebben 10 tot 14 poten en een lichaam dat deels uit segmenten bestaat. Voorbeelden: rivierkreeft, noordzeegarnaal.
  • Spinachtigen: Hun lichaam bestaat uit een kopborststuk en een achterlijf, en ze hebben 8 poten. Voorbeelden: huisspin, hooiwagen.
  • Insecten: Het lichaam bestaat uit een kop, borststuk en achterlijf. Ze hebben 6 poten. Voorbeelden: citroenvlinder, zandloopkever, bromvlieg.

Kenmerken van gewervelden

Gewervelden zijn dieren met een wervelkolom, die bestaat uit wervels. Deze dieren hebben een inwendig skelet en je kunt ze indelen aan de hand van vier kenmerken: de huid, de lichaamstemperatuur, de ademhaling en de manier van voortplanten.

Vijf groepen gewervelden

Er zijn vijf hoofdgroepen van gewervelden. Elk heeft zijn eigen kenmerken:

  • Vissen: Hebben schubben met slijm, ademen met kieuwen, zijn koudbloedig en leggen eieren zonder schaal.
  • AmfibieĆ«n: Hebben een slijmerige huid, ademen eerst met kieuwen en huid, later met longen en huid. Ze zijn ook koudbloedig en leggen eieren zonder schaal.
  • Reptielen: Hebben droge schubben, ademen met longen, zijn koudbloedig en leggen eieren met een leerachtige schaal.
  • Vogels: Hebben veren, ademen met longen, zijn warmbloedig en leggen eieren met een kalkschaal.
  • Zoogdieren: Hebben haren, zijn warmbloedig, ademen met longen en zijn levendbarend: de jongen ontwikkelen zich in de baarmoeder en worden levend geboren.

Leefomgeving

Gewervelden leven overal: in het water, op het land en in de lucht. Zoogdieren zoals de walvis leven in zee, vogels in de lucht, en reptielen zoals de zeeschildpad leven in zee maar leggen eieren op land.

Woordenlijst

  • Koudbloedig: Dieren waarvan de temperatuur van het lichaam gelijk is aan de temperatuur van de omgeving.
  • Leden: Kleine stukjes waaruit de poten van geleedpotigen zijn opgebouwd.
  • Segmenten: Stukjes waaruit het lichaam van geleedpotigen is opgebouwd.
  • Warmbloedig: Dieren waarvan de lichaamstemperatuur altijd hetzelfde blijft.
  • Wervelkolom: Deel van het inwendig skelet van gewervelden dat is opgebouwd uit wervels.