Bacteriën en archaea
Bacteriën horen bij de prokaryoten. Deze organismen bestaan uit één cel en hebben geen celkern. Ook archaea behoren tot deze groep. Archaea leven vooral in extreme omstandigheden, zoals zeer hoge temperaturen of giftige meren. Daarom worden ze ook wel extremofielen genoemd. Bacteriën lijken qua bouw eenvoudig, maar er bestaan veel verschillende vormen en eigenschappen.
De buitenkant van een bacterie kan allerlei structuren dragen, zoals haartjes of uitsteeksels. Door deze verschillen kun je soorten herkennen. Bacteriën planten zich voort door deling. Eerst wordt het DNA gekopieerd. Daarna splitst één cel zich in twee nieuwe cellen. Omdat bacteriën geen celkern hebben, ligt het DNA los in het cytoplasma.
Schimmels en hun bouw
Schimmels behoren tot de eukaryoten. Dat betekent dat hun cellen een celkern hebben. Veel schimmels bestaan uit langgerekte cellen met een grote vacuole. Die vacuole duwt tegen de celwand en geeft stevigheid. In het cytoplasma vind je onder andere het celmembraan en de celkern. Deze onderdelen zijn kenmerkend voor schimmelcellen.
Een bekende ééncellige schimmel is gist. Gist plant zich voort door knopvorming. Daarbij groeit er een klein bolletje aan de moedercel. Dat bolletje snoert zich later af en vormt een nieuwe gistcel. Op afbeeldingen zie je vaak meerdere van dit soort “knopjes” zitten.
Voortplanting bij meercellige schimmels
Meercellige schimmels bestaan uit lange schimmeldraden. Aan het uiteinde van deze draden zitten vaak sporen. Die sporen komen vrij en kunnen uitgroeien tot nieuwe schimmels, mits de omstandigheden goed zijn. Zo verspreiden deze schimmels zich snel over allerlei materialen.
Nuttige functies van schimmels
In de natuur spelen schimmels een belangrijke rol als reducenten. Ze breken dode resten van organismen af. Tijdens dit proces komen voedingsstoffen vrij die planten weer kunnen opnemen. Daardoor blijven voedingsstoffen in de kringloop.
Schimmels zijn ook nuttig voor de productie van antibiotica. Een bekende schimmel maakt de stof penicilline. Die stof doodt bacteriën die in de buurt komen. Daarom wordt penicilline gebruikt als medicijn bij bacteriële infecties. Bacteriën kunnen echter resistent worden. Dan werkt het antibioticum niet meer goed. Daarom moeten er steeds nieuwe soorten antibiotica ontwikkeld worden.
Nuttige bacteriën bij voedselproductie
Bacteriën spelen eveneens een grote rol bij voedselproductie. Een voorbeeld is zuurkool. Hierbij zorgen bacteriën ervoor dat de kool zuur wordt. Hierdoor blijft het voedsel langer houdbaar. Dit fermentatieproces wordt al eeuwen gebruikt.
Hoewel bacteriën en schimmels dus veel nuttige functies hebben, kunnen sommige soorten ons ook ziek maken. Daarom is goede hygiëne belangrijk.
Liever de samenvatting lezen? Lees hier de
samenvatting over paragraaf 4.3
.
Klaar met luisteren?
Test jezelf met vragen over 4.3
.