4.2 Organismen ordenen | Uitlegfilm

In deze uitlegfilm leer je wat ordenen betekent en hoe je organismen indeelt in groepen. Ordenen is het onderbrengen van organismen op basis van overeenkomstige kenmerken. Daardoor kun je bijvoorbeeld verklaren waarom een paddenstoel tot het rijk van de schimmels hoort en een vis tot het rijk van de dieren.

Vervolgens ontdek je dat organismen in de loop van de tijd anders zijn ingedeeld. Nieuwe informatie zorgt steeds voor aanpassingen. Daarom verandert deze ordening voortdurend. Het overzicht dat je in deze video krijgt vormt de basis voor de verdiepende onderdelen die later volgen.

De eerste grote indeling

Organismen worden als eerste verdeeld in twee groepen: de eukaryoten en de prokaryoten. Deze indeling hangt af van de bouw van de cel. Eukaryoten hebben cellen met een celkern. Prokaryoten hebben cellen zonder celkern. Daardoor zweeft hun DNA vrij in de cel.

De eukaryoten worden verder ingedeeld in de rijken van planten, dieren en schimmels. De prokaryoten bestaan uit bacteriën en archea. Sommige bronnen gebruiken hiervoor ook de term “domeinen”. Daarom kun je bijvoorbeeld het domein van de eukaryoten en het domein van de bacteriën tegenkomen. De gebruikte termen verschillen per boek, maar de indeling blijft gelijk.

Kenmerken van cellen

Om te bepalen bij welk rijk een organisme hoort, kijk je naar de kenmerken van de cel. Daarbij begin je met de vraag of er een celkern aanwezig is. Is die er niet, dan gaat het om een bacterie of archea. Is die er wel, dan hoort het organisme bij de eukaryoten. Vervolgens vergelijk je de kenmerken om te bepalen of het om een plant, dier of schimmel gaat.

Een plantencel herken je aan bladgroenkorrels, een vacuole en een celwand. Een dierlijke cel heeft wel een celkern, maar geen celwand, geen vacuole en geen bladgroenkorrels. Daardoor kun je deze cellen eenvoudig onderscheiden.

Een schimmelcel heeft net als een plant een celwand en een vacuole, maar bevat geen bladgroenkorrels. Vaak heeft deze cel een langgerekte vorm. Door deze kenmerken te vergelijken, kun je dus bepalen tot welk rijk een organisme behoort.

Ten slotte zie je dat een bacteriecel of archeacel geen celkern bevat. Daardoor herken je meteen dat deze organismen tot de prokaryoten behoren. In het vervolg ga je verder oefenen met het herkennen van deze kenmerken.

De video sluit af met een korte samenvatting en een oefenopdracht. Als je verder wilt oefenen, kun je de opdracht downloaden via de link in de videobeschrijving. Veel succes en tot de volgende video.