3.5 Het immuunsysteem | Uitlegfilm

In deze uitleg van basisstof 5 leer je over het immuunsysteem: wat lichaamsvreemde stoffen zijn, hoe je lichaam zich verdedigt tegen ziekteverwekkers en wat het verschil is tussen natuurlijke en kunstmatige immuniteit.

Lichaamsvreemde stoffen

We spreken van lichaamsvreemde stoffen wanneer er iets in je lichaam komt dat daar niet thuishoort. Vaak zijn dat bacteriën, virussen of schimmels. Je lichaam probeert deze buiten te houden. Zo vormt de huid een beschermende barrière tegen ziekteverwekkers.

Komen ziekteverwekkers via voedsel binnen, dan worden ze in de maag meestal gedood door het maagzuur. Toch lukt het soms dat ziekteverwekkers het lichaam binnendringen. Dan komt het immuunsysteem in actie.

De werking van het immuunsysteem

Een virus is veel kleiner dan een bacterie en bevat DNA of RNA. Dat genetisch materiaal probeert het virus in je cellen te brengen, zodat jouw cellen nieuwe virusdeeltjes gaan produceren. Het virus gebruikt jouw cellen dus om zichzelf te kopiëren.

Het lichaam wil dat voorkomen. Zodra het immuunsysteem een lichaamsvreemde stof herkent, reageert het. Een witte bloedcel omsluit de ziekteverwekker en maakt hem onschadelijk. Vervolgens analyseert de cel de antigenen – herkenningsdeeltjes aan de buitenkant van de ziekteverwekker – zodat het lichaam ze kan herkennen bij een volgende besmetting.

Andere witte bloedcellen maken antistoffen aan. Deze passen precies op de antigenen van de ziekteverwekker, waardoor deze sneller kan worden opgeruimd. De eerste keer dat je besmet raakt, duurt het even voordat voldoende antistoffen zijn aangemaakt, en kun je ziek worden. Maar bij een tweede besmetting reageert het lichaam meteen, vaak nog voordat je klachten krijgt.

Het immuunsysteem kan bovendien onderscheid maken tussen lichaamsvreemde stoffen en je eigen cellen. Dat komt doordat je eigen cellen een unieke ‘code’ dragen die aangeeft dat ze bij jou horen.

Natuurlijke en kunstmatige immuniteit

Er zijn twee manieren waarop je immuun kunt worden. Bij natuurlijke immuniteit maak je de ziekte zelf door. Je lichaam bestrijdt de ziekteverwekker en onthoudt hoe dat moet, zodat je daarna beschermd bent.

Bij kunstmatige immuniteit krijg je een inenting of vaccinatie. Daarbij wordt een dode of verzwakte ziekteverwekker ingebracht. De antigenen zijn nog aanwezig, waardoor je lichaam antistoffen aanmaakt zonder dat je ziek wordt. Zo bouw je bescherming op tegen de echte ziekte.

Bepaalde ziektes zijn te gevaarlijk om op natuurlijke wijze door te maken, bijvoorbeeld infecties die bij jonge kinderen ernstige gevolgen kunnen hebben. Daarom krijgen kinderen vaccinaties: ze ontwikkelen immuniteit zonder de risico’s van de ziekte.

RNA-vaccins en COVID-19

Bij RNA-vaccins, zoals die tegen COVID-19, wordt een klein stukje genetisch materiaal van het virus ingespoten. Dat bevat de code voor de antigenen. Je cellen maken die antigenen zelf aan, waarna het immuunsysteem ze herkent en antistoffen produceert. Zo word je immuun zonder ooit echt besmet te zijn geweest.

Samenvattend: het immuunsysteem beschermt je tegen ziekteverwekkers door ze te herkennen, te bestrijden en te onthouden. Zo blijf je gezond – zowel door natuurlijke als kunstmatige immuniteit.