3.2 Genen Samenvatting

Wat is het verschil tussen homozygoot en heterozygoot?

Voor elke erfelijke eigenschap krijg je van beide ouders een allel. Samen vormen die twee allelen een genenpaar. Als die twee allelen hetzelfde zijn, noem je dat homozygoot. Zijn ze verschillend, dan ben je heterozygoot. Bijvoorbeeld: heb je twee allelen voor krullend haar, dan ben je homozygoot voor krullend haar. Heb je één allel voor steil haar en één voor krullend haar, dan ben je heterozygoot.

Wat zijn dominante en recessieve allelen?

Niet elk allel is even sterk. Een dominant allel is sterker en komt altijd tot uiting in je fenotype (je uiterlijk). Een recessief allel zie je alleen terug als er geen dominant allel aanwezig is. Bijvoorbeeld: bij krullend haar is het allel voor krullen dominant en dat voor steil haar recessief. Heb je allebei, dan zie je krullen – het dominante allel 'wint'.

Genotypen en letters

Om genen te beschrijven, gebruiken we letters. Een dominant allel krijgt een hoofdletter (bijv. A), een recessief een kleine letter (bijv. a). Zo krijg je:

  • AA: homozygoot dominant → krullend haar
  • Aa: heterozygoot → krullend haar (dominant allel overheerst)
  • aa: homozygoot recessief → steil haar

Wat is een intermediair fenotype?

Bij sommige eigenschappen is er geen dominant of recessief allel. Dan zijn beide allelen even sterk. Je ziet dan een intermediair fenotype: een mengvorm van beide uiterlijken. Een voorbeeld is de bloemkleur bij leeuwenbekjes. Een plant met het genenpaar ArAw (rood + wit) krijgt roze bloemen.

Woordenlijst

  • Dominant allel: Allel dat altijd tot uiting komt in het uiterlijk.
  • Heterozygoot: Twee verschillende allelen voor een bepaalde eigenschap.
  • Homozygoot: Twee gelijke allelen voor een bepaalde eigenschap.
  • Intermediair fenotype: Fenotype waarin beide allelen even sterk tot uiting komen.
  • Recessief allel: Allel dat alleen tot uiting komt als er geen dominant allel is.