3.1 Genotype en fenotype Samenvatting
Wat is genotype en wat is fenotype?
In elke lichaamscel van een mens zitten 46 chromosomen. Deze chromosomen bestaan uit DNA en bevatten de informatie voor al je erfelijke eigenschappen. Die informatie noem je het genotype. Het genotype is dus alle erfelijke informatie die in je cellen zit, en verandert je hele leven niet. Wat je ziet van die eigenschappen, zoals oogkleur of haarstructuur, noem je het fenotype. Maar het fenotype gaat verder dan alleen wat je ziet: ook eigenschappen als bloeddruk of karakter horen erbij.
Hoe werkt de erfelijkheid?
Je genotype ontstaat op het moment van de bevruchting. Dan komen de chromosomen van je vader (via de zaadcel) en moeder (via de eicel) samen. In geslachtscellen komt elk chromosoom maar één keer voor, dus na de bevruchting heb je weer chromosomenparen. Elk gen heeft dan twee allelen: één van je vader, één van je moeder. Alle genen samen vormen je genotype.
Genen, allelen en hun rol in het lichaam
Een gen is een stukje DNA dat informatie bevat voor één erfelijke eigenschap. Chromosomen bestaan uit veel genen. Elk gen bestaat uit twee allelen, oftewel varianten. Bijvoorbeeld: het gen voor haarkleur kan een allel ‘bruin haar’ en een allel ‘rood haar’ bevatten. Die twee allelen kunnen gelijk of ongelijk zijn.
Invloeden van het milieu
Je fenotype ontstaat niet alleen door je genotype. Ook invloeden uit het milieu spelen een rol. Denk aan zonlicht, voeding, of stress. Je haarkleur kun je bijvoorbeeld verven, maar je genotype verandert dan niet. Nieuw haar groeit weer uit zoals het erfelijk is vastgelegd. Veranderingen door het milieu zijn tijdelijk of uiterlijk, maar de erfelijke basis blijft hetzelfde.
Woordenlijst
- Allel: Variant van een gen; elk gen bestaat uit twee allelen.
- Fenotype: Alle eigenschappen van een organisme.
- Gen: De stukjes DNA die samen de informatie voor een erfelijke eigenschap bevatten.
- Genotype: De informatie voor alle erfelijke eigenschappen van een organisme; alle genen in een celkern samen.
Klaar met lezen? Test jezelf met vragen over 3.1 .