2.4 Cellen | Uitlegfilm
In deze uitlegvideo leer je alles over cellen. We bekijken waaruit een dierlijke cel en een plantaardige cel zijn opgebouwd, en wat de verschillen en overeenkomsten zijn tussen beide typen.
Wat zijn cellen?
Alle organismen bestaan uit één of meer cellen. Een cel is de kleinste bouwsteen van het leven. Zowel planten als dieren hebben cellen, maar hun bouw verschilt.
Bij mensen bestaan er veel verschillende soorten cellen, zoals spiercellen, vetcellen en bloedcellen. Ook planten hebben uiteenlopende celtypen met verschillende vormen en functies.
Overeenkomsten tussen cellen
Ondanks hun verschillen hebben alle cellen enkele vaste onderdelen. Door goed te kijken naar de bouw van een cel, kun je vaak herkennen of deze dierlijk of plantaardig is. Dit helpt om te bepalen bij welk organisme de cel hoort.
De dierlijke cel
Een dierlijke cel bestaat uit vier onderdelen die je moet kennen: het celmembraan, de celkern met kernmembraan, en het cytoplasma.
Het celmembraan is een dun vlies dat de cel omgeeft. Het houdt de cel bij elkaar en regelt welke stoffen de cel in of uit mogen.
De celkern bevat de chromosomen, waarop alle informatie staat die nodig is om de cel goed te laten functioneren. Het kernmembraan beschermt de kern. De celkern is het controlecentrum van de cel.
Het cytoplasma is een stroperige vloeistof die grotendeels uit water bestaat. Hierin zijn allerlei stoffen opgelost die nodig zijn voor de cel.
Samengevat heeft een dierlijke cel dus een celmembraan, een celkern met kernmembraan en cytoplasma. Andere onderdelen leer je later, in de bovenbouw.
De plantaardige cel
Een plantaardige cel heeft dezelfde basisonderdelen als een dierlijke cel, maar daarnaast nog enkele extra structuren.
Alleen plantaardige cellen bevatten bladgroenkorrels. Hier vindt fotosynthese plaats: het proces waarbij planten met zonlicht glucose en zuurstof maken.
De celwand ligt buiten het celmembraan en geeft de plant stevigheid. De celwand hoort eigenlijk niet bij de cel zelf, maar is onderdeel van de tussencelstof.
De vacuole is een grote met vloeistof gevulde ruimte in de cel. Ze zorgt ervoor dat de plant stevig blijft. Als er te weinig water is, loopt de vacuole leeg en gaat de plant slap hangen.
Net als dierlijke cellen hebben plantaardige cellen ook een celkern, kernmembraan en cytoplasma.
Plastiden
In plantaardige cellen komen ook plastiden voor: kleine korreltjes met verschillende functies. Bladgroenkorrels zijn plastiden voor fotosynthese. Daarnaast bestaan er kleurstofkorrels, die bloemen en vruchten kleur geven, en zetmeelkorrels, waarin energie wordt opgeslagen.
Belangrijk om te onthouden
Een dierlijke cel heeft een celmembraan, een celkern met kernmembraan en cytoplasma.
Een plantaardige cel heeft die onderdelen ook, maar daarnaast een celwand, vacuole en bladgroenkorrels.
Let erop dat cellen niet plat zijn, ook al lijken ze zo onder de microscoop. In werkelijkheid zijn ze driedimensionaal en hebben ze verschillende vormen.
Zo leer je de belangrijkste kenmerken en functies van cellen — de bouwstenen van al het leven.
Liever de samenvatting lezen? Lees hier de
samenvatting over paragraaf 2.4
.
Klaar met luisteren?
Test jezelf met vragen over 2.4
.