2.4 Cellen Samenvatting

Dierlijke cellen

Schema van dierlijke en plantaardige cellen met celmembraan, cytoplasma, celkern en celwand

Dierlijke cellen bevatten cytoplasma, een dikke vloeistof van water met opgeloste stoffen en zwevende deeltjes. Dit cytoplasma wordt omgeven door een celmembraan, dat bestaat uit vetten en eiwitten. Het celmembraan scheidt de cel van zijn omgeving en regelt via eiwitten welke stoffen in en uit de cel gaan.

De celkern ligt in het cytoplasma en is omgeven door een kernmembraan. De celkern is het regelcentrum van de cel en bevat kernplasma.

Plantaardige cellen

Plantaardige cellen hebben dezelfde basisonderdelen als dierlijke cellen: cytoplasma, celmembraan en celkern. Daarnaast bevatten ze enkele extra structuren:

  • Celwand: Stevig laagje buiten de cel dat zorgt voor stevigheid. Het hoort niet bij de cel zelf, maar is tussencelstof.
  • Vacuole: Meestal één grote met vocht gevulde blaas, die stoffen opslaat en bijdraagt aan de stevigheid.
  • Plastiden: Korrels met specifieke functies:
    • Bladgroenkorrels: Voeren fotosynthese uit.
    • Kleurstofkorrels: Geven kleur aan bloemen en vruchten.
    • Zetmeelkorrels: Slaan zetmeel op.
    Plastiden kunnen in elkaar overgaan.

Celorganellen

Celorganellen zijn onderdelen van een cel met een eigen functie. Voorbeelden hiervan zijn de celkern, vacuole en plastiden. Zowel dierlijke als plantaardige cellen bevatten meerdere typen celorganellen.

Woordenlijst

  • Bladgroenkorrels: Plastiden waarin fotosynthese plaatsvindt.
  • Celkern: Deel in de cel dat alles aanstuurt en als regelcentrum werkt.
  • Celmem­braan: Dun vlies om het cytoplasma dat de opname en afgifte van stoffen regelt.
  • Celorganellen: Delen in de cel die een eigen functie hebben, zoals de celkern, vacuole en plastiden.
  • Celwand: Stevig laagje om een plantaardige cel heen dat zorgt voor stevigheid (geen deel van de cel zelf).
  • Cytoplasma: Dikke vloeistof in de cel die bestaat uit water met opgeloste stoffen en zwevende deeltjes.
  • Kleurstofkorrels: Plastiden die bloemen en vruchten hun kleur geven.
  • Kernmembraan: Vlies om de celkern dat het kernplasma afsluit van het cytoplasma.
  • Kernplasma: Inhoud van de celkern die door het kernmembraan wordt omgeven.
  • Plastiden: Korrels in plantaardige cellen met een speciale functie, zoals fotosynthese, kleur geven of opslag.
  • Vacuole: Blaasje gevuld met vocht in de cel dat stoffen opslaat en stevigheid geeft.
  • Zetmeelkorrels: Plastiden waarin zetmeel wordt opgeslagen.