2.3 Veranderingen in de puberteit Samenvatting

Wat zijn primaire en secundaire geslachtskenmerken?

Vanaf je geboorte zijn er al duidelijke lichamelijke kenmerken te zien die iets zeggen over je geslacht. Dit zijn de primaire geslachtskenmerken. Denk bijvoorbeeld aan een penis of vulva. Tijdens de puberteit veranderen je lichaam en uiterlijk onder invloed van hormonen. Deze nieuwe veranderingen noemen we secundaire geslachtskenmerken. Ze zorgen ervoor dat jongens en meisjes er meer verschillend uit gaan zien.

Voorbeelden van secundaire kenmerken zijn:

  • Bij jongens: een lagere stem, meer spiermassa, gezichtsbeharing
  • Overzicht van geslachtshormonen zoals testosteron, oestrogeen en progesteron bij man en vrouw
  • Bij meisjes: borstontwikkeling, bredere heupen, vetopslag op bepaalde plekken
  • Bij intersekse personen: deze veranderingen verlopen anders, omdat de hormonen anders werken of ontbreken

De rol van hormonen in de puberteit

De veranderingen in de puberteit worden gestuurd door geslachtshormonen. Die worden aangemaakt in de teelballen (bij jongens) en eierstokken (bij meisjes), nadat ze worden ‘aangezet’ door hormonen uit de hypofyse. Bij jongens zorgen mannelijke geslachtshormonen zoals testosteron voor de lichamelijke veranderingen. Bij meisjes zorgen vrouwelijke geslachtshormonen zoals oestrogeen voor de ontwikkeling van bijvoorbeeld de borsten en het op gang komen van de menstruatiecyclus.

De menstruatiecyclus stap voor stap

Afbeelding van de menstruatiecyclus met follikelrijping in de eierstok, ovulatie, opbouw van het baarmoederslijmvlies en menstruatie De menstruatiecyclus begint op de eerste dag van de menstruatie. Tijdens deze periode wordt een deel van het baarmoederslijmvlies afgestoten en verlaat samen met wat bloed het lichaam via de vagina. Gemiddeld duurt deze cyclus 28 dagen, maar dat kan verschillen per persoon.

Van follikel tot menstruatie

In de eerste helft van de cyclus rijpt er een follikel in een eierstok. Rond dag 14 barst die open: dit is de ovulatie of eisprong. De eicel komt vrij. Als de eicel niet wordt bevrucht, sterft het gele lichaam af en daalt het hormoonniveau. Daardoor wordt het baarmoederslijmvlies afgebroken en volgt er weer een menstruatie. Zo begint de cyclus opnieuw.

Woordenlijst

  • Baarmoederslijmvlies: Binnenkant van de baarmoeder waarvan de dikte tijdens de cyclus verandert doordat er meer cellen en bloedvaten ontstaan.
  • Eisprong: Moment waarop een rijpe eicel vrijkomt uit een eierstok doordat de follikel openbarst.
  • Mannelijke geslachtshormonen: Stoffen die in de teelballen worden gemaakt en onder andere zorgen voor veranderingen zoals meer spieren, lagere stem en gezichtsbeharing.
  • Menstruatie: Periode waarin een deel van het baarmoederslijmvlies en bloed via de vagina het lichaam verlaat omdat er geen bevruchting heeft plaatsgevonden.
  • Menstruatiecyclus: Regelmatig terugkerend proces van rijping van follikels, ovulatie en menstruatie dat gemiddeld vier weken duurt.
  • Ovulatie: Het vrijkomen van een eicel uit een eierstok wanneer de follikel openbarst; dit gebeurt ongeveer halverwege de cyclus.
  • Primaire geslachtskenmerken: Kenmerken van het lichaam die vanaf de geboorte aanwezig zijn en laten zien of iemand een jongen, meisje of intersekse persoon is.
  • Secundaire geslachtskenmerken: Kenmerken die in de puberteit ontstaan onder invloed van hormonen en zorgen voor zichtbare verschillen tussen jongens en meisjes.
  • Vrouwelijke geslachtshormonen: Stoffen die in de eierstokken worden gemaakt en onder andere zorgen voor veranderingen zoals borstontwikkeling en het dikker worden van het baarmoederslijmvlies.