2.1 Voedingsmiddelen en voedingsstoffen | Uitlegfilm

Welkom bij de uitleg van thema 2: voeding en vertering. In deze eerste basisstof leer je wat voedingsmiddelen en voedingsstoffen zijn, waarom we eten en drinken, en welke functies de verschillende voedingsstoffen in ons lichaam hebben.

Voedingsmiddelen en voedingsstoffen

Voedingsmiddelen zijn alle dingen die we kunnen eten en drinken. We nemen ze tot ons omdat ze voedingsstoffen bevatten — dat zijn de bruikbare bestanddelen van ons voedsel. Ons lichaam heeft deze stoffen nodig om te kunnen functioneren, groeien en herstellen.

Er zijn zes voedingsstoffen: koolhydraten (suikers), vetten, eiwitten, mineralen, vitaminen en water. Elk van deze voedingsstoffen heeft een eigen rol in het lichaam.

Functies van voedingsstoffen

Voedingsstoffen kunnen dienen als brandstof, bouwstof, reservestof of beschermstof.

Brandstoffen leveren energie. Bij de verbranding in het lichaam komt energie vrij, die nodig is om te bewegen, warm te blijven en alle levensprocessen uit te voeren. Eiwitten, vetten en koolhydraten kunnen als brandstof dienen. Het lichaam verbrandt meestal eerst koolhydraten, daarna vetten en pas als laatste eiwitten.

Bouwstoffen zijn nodig voor de opbouw en het herstel van cellen, spieren en andere weefsels. Eiwitten zijn belangrijk voor spieropbouw, vetten voor celmembranen en water vult de cellen. Het cytoplasma van cellen bestaat grotendeels uit water.

Reservestoffen

Reservestoffen worden opgeslagen in het lichaam, zodat ze later kunnen worden gebruikt als er tijdelijk minder voedsel is. Vetten worden opgeslagen onder de huid en rond organen, terwijl koolhydraten als glycogeen worden bewaard in de lever en spieren.

Wanneer je eet, stijgt je bloedsuikerspiegel. Om te voorkomen dat deze te hoog wordt, slaat het lichaam een deel van de suikers op. Als de bloedsuikerspiegel daalt — bijvoorbeeld na inspanning of wanneer je een tijd niet eet — kan het lichaam suiker vrijmaken uit de lever en spieren om de waarde op peil te houden.

Beschermstoffen

Vitaminen en mineralen zijn vooral beschermstoffen. Ze zorgen dat het lichaam goed blijft functioneren en beschermen tegen ziekten. Een tekort aan vitaminen of mineralen kan leiden tot gebrekziekten.

Een voorbeeld is een tekort aan vitamine B. Dat komt tegenwoordig soms voor bij mensen die veel lachgas gebruiken. Lachgas breekt een type vitamine B af dat nodig is voor het doorgeven van zenuwsignalen. Bij een ernstig tekort kunnen zelfs verlammingsverschijnselen optreden.

Mineralen zoals ijzer spelen een rol bij het transport van zuurstof in het bloed. Het eiwit hemoglobine in rode bloedcellen bevat ijzer, waardoor zuurstof door het lichaam vervoerd kan worden. Bij te weinig ijzer kan het bloed minder zuurstof vervoeren, wat leidt tot bloedarmoede.

Samenvatting

Samenvattend: voedingsstoffen vervullen vier functies — brandstof voor energie, bouwstof voor groei en herstel, reservestof voor opslag van energie, en beschermstof voor gezondheid en weerstand. Een tekort of onevenwichtige voeding kan grote gevolgen hebben voor het lichaam.

Succes met oefenen, en tot de volgende video!