14.7 De lever en de nieren | Uitlegfilm
De functies van de lever
De lever ligt rechtsboven in de buikholte en is een groot orgaan met veel verschillende taken. De lever houdt het inwendige milieu constant doordat hij afvalstoffen uit het bloed haalt. Daardoor blijft het lichaam in balans.
De lever slaat glycogeen op. Dat is een vorm van suiker die helpt om de bloedsuikerspiegel stabiel te houden. Wanneer het lichaam extra glucose nodig heeft, geeft de lever dit weer af aan het bloed. Daarom speelt de lever een centrale rol bij het energiemetabolisme.
Daarnaast maakt de lever eiwitten aan en produceert hij gal. Gal is nodig voor de vertering van vetten. Vervolgens breekt de lever schadelijke stoffen af, zoals alcohol en resten van medicijnen. Daardoor blijven deze stoffen niet in het bloed circuleren.
Soms kan de lever een stof niet volledig afbreken. In dat geval slaat hij die stof op, zodat deze niet door de rest van het lichaam stroomt. Zo draagt de lever voortdurend bij aan het schoonhouden van het lichaam.
De werking van de nieren
De nieren liggen aan de rugzijde, net onder het middenrif. Ze filteren het bloed en produceren daarbij urine. Urine bestaat vooral uit water en opgeloste stoffen, zoals zouten. Beide nieren staan met een urineleider in verbinding met de blaas. De urine wordt daar tijdelijk opgeslagen totdat je gaat plassen.
Elke nier ontvangt bloed via de nierslagader, een aftakking van de aorta. Omdat de nieren voortdurend moeten filteren, stroomt er veel bloed doorheen. Het gezuiverde bloed verlaat de nier via de nierader, die aansluit op de onderste holle ader.
In de nier liggen verschillende lagen. De buitenste laag heet de nierschors. Daaronder ligt het niermerg en in het midden bevindt zich het nierbekken. In de schors en het merg wordt het bloed gefilterd. De gevormde urine komt uiteindelijk in het nierbekken terecht. Van daaruit stroomt de urine via de urineleider naar de blaas.
Door dit continue filterproces verwijderen de nieren overtollig water, zouten en afvalstoffen uit het bloed. Daardoor blijft de samenstelling van het bloed stabiel.
Samenvatting
De lever en de nieren werken samen om het lichaam schoon en in balans te houden. De lever verwerkt voedingsstoffen en breekt schadelijke stoffen af. De nieren filteren het bloed en voeren afvalstoffen af via urine. Daarom zijn beide organen onmisbaar voor een stabiel inwendig milieu.
Liever de samenvatting lezen? Lees hier de
samenvatting over paragraaf 14.7
.
Klaar met luisteren?
Test jezelf met vragen over 14.7
.