14.7 De lever en de nieren Samenvatting

De lever: chemische fabriek van je lichaam

De lever speelt een centrale rol in het regelen van stoffen in je lichaam. Eén van de belangrijkste taken is het constant houden van het glucosegehalte in het bloed. Bij een teveel aan glucose zet de lever deze om in glycogeen, dat tijdelijk wordt opgeslagen. Als het glucosegehalte daalt, wordt dat glycogeen weer terug omgezet in glucose en aan het bloed afgegeven.

Daarnaast bewerkt de lever allerlei voedingsstoffen. Zo maakt hij van eiwitten bijvoorbeeld fibrinogeen, een stof die belangrijk is bij de bloedstolling. De lever produceert ook gal, dat via de galbuis naar de twaalfvingerige darm wordt vervoerd. Gal zorgt ervoor dat vetten worden geëmulgeerd: grote vetdruppels worden verdeeld in kleine, zodat verteringsenzymen beter hun werk kunnen doen.

Afvalstoffen en bescherming tegen gif

Een andere taak van de lever is het afbreken van afvalstoffen. Bijvoorbeeld dode rode bloedcellen worden afgebroken, waarbij galkleurstoffen ontstaan. Deze verlaten samen met gal het lichaam via de ontlasting. Ook overtollige eiwitten worden afgebroken. Daarbij ontstaat ureum, een giftige stof die aan het bloed wordt afgegeven en later via de nieren wordt uitgescheiden.

Bovendien maakt de lever gifstoffen zoals alcohol en medicijnen onschadelijk. Deze worden na de afbraak weer aan het bloed afgegeven en uiteindelijk via de urine uitgescheiden.

Hepatitis: een ontstoken lever

Bij een besmetting met een hepatitisvirus kan de lever ontstoken raken. Dit heet hepatitis. Vooral hepatitis B is bekend: deze vorm wordt overgedragen via bloed of onveilige seks. De klachten beginnen vaak mild, maar de ziekte kan chronisch worden en leiden tot levercirrose of zelfs leverkanker.

De nieren: filters van je bloed

De nieren liggen hoog in de buikholte en zorgen voor het zuiveren van het bloed. Door de nierslagaders komt zuurstofrijk bloed met afvalstoffen de nieren binnen. De nieren verwijderen onder andere ureum, overtollig water, zouten en andere schadelijke stoffen. Het gezuiverde bloed verlaat de nieren via de nieraders.

De nieren bestaan uit drie delen: de nierschors, het niermerg en het nierbekken. In de nierschors en het niermerg wordt urine gevormd. Deze urine wordt vervolgens verzameld in het nierbekken en via de urineleiders afgevoerd naar de urineblaas, waar het tijdelijk wordt opgeslagen. Als je plast, verlaat de urine via de urinebuis het lichaam.

Samenstelling van urine

De samenstelling van urine wisselt. Drink je veel, dan bevat de urine meer water en is die lichtgeel. Bij weinig drinken wordt de urine donkerder. Zo helpen de nieren om het inwendige milieu stabiel te houden.

Woordenlijst

  • Glycogeen: Stof waarin glucose in de lever wordt omgezet en die daar wordt opgeslagen.
  • Hepatitis: Virusziekte waarbij de lever ontstoken raakt.
  • Nieraders: Bloedvaten waardoor gezuiverd bloed uit de nieren wegstroomt.
  • Nierbekkens: Delen van de nieren waarin urine wordt verzameld voordat het naar de urineleiders gaat.
  • Niermerg: Binnenste deel van de nier waar uitscheiding plaatsvindt en urine wordt gevormd.
  • Nierschors: Buitenste deel van de nier waar uitscheiding plaatsvindt en urine wordt gevormd.
  • Nierslagaders: Bloedvaten waardoor zuurstofrijk bloed naar de nieren stroomt.
  • Nieren: Organen die bloed zuiveren en overtollige en schadelijke stoffen uitscheiden.
  • Urine: Mengsel van overtollig water, zouten, afvalstoffen en schadelijke stoffen dat door de nieren wordt uitgescheiden.
  • Urineblaas: Orgaan waarin urine tijdelijk wordt opgeslagen.
  • Urinebuis: Buis waardoor urine vanuit de urineblaas naar buiten het lichaam wordt afgevoerd.
  • Urineleiders: Buisjes die urine van de nierbekkens naar de urineblaas vervoeren.