10.2 Zenuwcellen en zenuwen | Uitlegfilm

In deze video leer je over zenuwcellen en zenuwen. We bekijken welke soorten zenuwcellen er zijn, hoe ze samenwerken en hoe ze samen het zenuwstelsel vormen. Het is belangrijk om goed onderscheid te maken tussen een zenuwcel en een zenuw. In de volgende paragraaf (10.3) wordt hier verder op ingegaan, dus zorg dat je deze stof goed begrijpt.

Drie soorten zenuwcellen

Het zenuwstelsel bestaat uit drie soorten zenuwcellen: gevoelszenuwcellen, bewegingszenuwcellen en schakelzenuwcellen. Deze werken samen om impulsen door het lichaam te vervoeren en te verwerken.

Gevoelszenuwcellen verbinden de zintuigen met het centrale zenuwstelsel (de hersenen en het ruggenmerg). Zij vervoeren impulsen vanuit de zintuigen naar het centrale zenuwstelsel. Elke gevoelszenuwcel heeft een cellichaam met een celkern en lange uitlopers waarlangs elektrische signalen worden doorgegeven. Impulsen kunnen slechts één richting op: van zintuig naar het centrale zenuwstelsel.

Bewegingszenuwcellen hebben een andere bouw. Ze vormen de verbinding tussen het centrale zenuwstelsel en de spieren of klieren. Impulsen gaan in dit geval de andere kant op: van het centrale zenuwstelsel naar een spier of klier. Als een spier een impuls ontvangt, trekt hij samen, waardoor beweging ontstaat. Ook hier geldt dat impulsen slechts in één richting lopen.

Tot slot zijn er de schakelzenuwcellen. Deze komen alleen voor in het centrale zenuwstelsel en hebben korte uitlopers. Ze geven impulsen door tussen gevoelszenuwcellen en bewegingszenuwcellen. Schakelzenuwcellen kunnen signalen ontvangen en doorsturen in beide richtingen, bijvoorbeeld van gevoelszenuw naar hersenen, of vanuit de hersenen terug naar een bewegingszenuwcel.

Plaats van de zenuwcellen

Elke zenuwcelsoort heeft een eigen plaats in het lichaam. Het cellichaam van een gevoelszenuwcel ligt buiten het centrale zenuwstelsel. Bij een bewegingszenuwcel ligt het cellichaam juist in het centrale zenuwstelsel, terwijl de uitloper naar buiten loopt richting de spieren. Schakelzenuwcellen liggen volledig binnen het centrale zenuwstelsel. Deze plaatsing is belangrijk om te begrijpen hoe signalen binnen het zenuwstelsel worden doorgegeven.

Van zenuwcellen naar zenuwen

Een zenuw is een bundel van uitlopers van zenuwcellen. Zowel gevoelszenuwcellen als bewegingszenuwcellen hebben lange uitlopers die in bundels bij elkaar liggen. Zo ontstaan zenuwen die signalen over grote afstanden kunnen vervoeren.

Er zijn drie soorten zenuwen in het lichaam:

1. Gevoelszenuwen – vervoeren impulsen van zintuigen naar het centrale zenuwstelsel.
2. Bewegingszenuwen – sturen impulsen van het centrale zenuwstelsel naar spieren of klieren.
3. Gemengde zenuwen – bevatten uitlopers van beide typen zenuwcellen en kunnen dus impulsen in twee richtingen vervoeren.

Wanneer je een zenuw zou doorsnijden en van bovenaf bekijkt, zie je talloze kleine bundeltjes van uitlopers. Elke bundel hoort bij een zenuwcel, en samen vormen ze een complex netwerk. Dit laat zien hoeveel zenuwcellen ons lichaam bevat en hoe nauwkeurig ze samenwerken om signalen te vervoeren.

Ten slotte zie je in de video ook hoe zenuwen in werkelijkheid eruitzien. Het helpt om te beseffen dat elke zenuw miljoenen uitlopers bevat die gezamenlijk zorgen voor communicatie tussen hersenen, zintuigen, spieren en organen. Daarmee vormt het zenuwstelsel de ‘snelweg’ van ons lichaam.