10.1 Het zenuwstelsel Samenvatting

Onderdelen van het zenuwstelsel

Je lichaam staat voortdurend in contact met de wereld om je heen. Dat gebeurt via het zenuwstelsel, dat bestaat uit twee hoofdonderdelen: het centrale zenuwstelsel en de zenuwen. Het centrale zenuwstelsel bestaat uit je grote hersenen, kleine hersenen, hersenstam en ruggenmerg. Samen vormen zij het ‘besturingssysteem’ van je lichaam.

Wat doen zenuwen?

De zenuwen werken als verbindingskabels. Ze zorgen ervoor dat signalen van en naar het centrale zenuwstelsel worden doorgegeven. Daarmee staan je hersenen in contact met al je lichaamsdelen: van je ogen tot je armspieren. Zo weet je lichaam wat er buiten gebeurt én hoe het moet reageren.

Hoe werken impulsen?

Alles begint met prikkels, zoals licht of geur. Die worden opgevangen door zintuigcellen – bijvoorbeeld in je ogen of neus. In die cellen ontstaan dan impulsen: kleine elektrische signalen. Deze impulsen reizen via zenuwen naar je hersenen. Daar worden ze verwerkt, zodat je bijvoorbeeld merkt dat er een lekkere bonbon voor je ligt.

Reageren op prikkels

Je hersenen kunnen ook impulsen terugsturen naar andere delen van je lichaam. Zo worden spieren en klieren aangestuurd. Je speekselklieren kunnen daardoor speeksel aanmaken en je armspieren kunnen samentrekken om iets te pakken. Het zenuwstelsel regelt dus niet alleen wat je waarneemt, maar ook wat je lichaam ermee doet.

Woordenlijst

  • Centrale zenuwstelsel: Deel van het zenuwstelsel dat bestaat uit hersenen en ruggenmerg.
  • Impulsen: Elektrische signalen die via zenuwen worden doorgegeven.
  • Zenuwen: Verbinden het centrale zenuwstelsel met de rest van het lichaam.