1.6 Reductiedeling (meiose) Samenvatting
Wat is reductiedeling?
Nieuw leven ontstaat uit geslachtscellen: dat zijn zaadcellen bij mannen en eicellen bij vrouwen. Deze cellen worden gevormd door een speciaal soort celdeling: de reductiedeling, ook wel meiose genoemd. Daarbij wordt het aantal chromosomen gehalveerd. Een gewone lichaamscel bevat 46 chromosomen, maar een geslachtscel slechts 23. Dat is belangrijk, want bij de bevruchting komen een zaadcel en een eicel samen. Zo ontstaat er weer een cel met 46 chromosomen: het begin van een nieuw mens.
Hoe verloopt een meiose?
De meiose verloopt in twee delen. Eerst vormen de chromosomen paren die worden verdeeld over twee cellen. Daarna worden deze chromosomen nog een keer gesplitst. Uiteindelijk ontstaan er vier geslachtscellen, die elk de helft van het oorspronkelijke aantal chromosomen bevatten. Zo zijn ze klaar voor de voortplanting.
Verschillen tussen zaadcel en eicel
Een zaadcel is klein, beweegt actief en heeft een zweepstaart om naar de eicel te zwemmen. Een eicel is juist groot en beweegt niet zelf. Deze verschillen passen precies bij hun rol in de voortplanting: de zaadcel moet de eicel opzoeken, terwijl de eicel blijft wachten in het lichaam van de vrouw.
Hoe wordt het geslacht bepaald?
Elke geslachtscel bevat één geslachtschromosoom. Eicellen hebben altijd een X-chromosoom. Zaadcellen kunnen een X-chromosoom of een Y-chromosoom bevatten. Als een eicel wordt bevrucht door een zaadcel met een X-chromosoom, wordt het kind een meisje met het chromosomenpaar XX. Komt er een Y-chromosoom bij, dan wordt het een jongen met XY. Het is dus de zaadcel die bepaalt of het kind een jongen of een meisje wordt.
Woordenlijst
- Eicellen: Vrouwelijke voortplantingscellen die groot zijn en niet zelf kunnen bewegen.
- Geslachtscellen: Voortplantingscellen met van elk chromosomenpaar één exemplaar.
- Geslachtschromosomen: Paar chromosomen dat bepaalt of een kind een jongen of een meisje wordt.
- Meiose: Proces waarbij voortplantingscellen worden gevormd en het aantal chromosomen wordt gehalveerd.
- Reductiedeling: Celdeling waarbij voortplantingscellen ontstaan en elke nieuwe cel de helft van elk chromosomenpaar krijgt.
- Zaadcellen: Mannelijke voortplantingscellen die klein zijn en zelf kunnen bewegen met een zweepstaart.
- X-chromosoom: Chromosoom dat bijdraagt aan het ontstaan van een meisje wanneer het wordt gecombineerd met een ander van hetzelfde type.
- XX: Paar geslachtschromosomen dat leidt tot het ontstaan van een meisje.
- XY: Paar geslachtschromosomen dat leidt tot het ontstaan van een jongen.
- Y-chromosoom: Chromosoom dat bijdraagt aan het ontstaan van een jongen wanneer het wordt gecombineerd met een X-chromosoom.
Klaar met lezen? Test jezelf met vragen over 1.6 .