1.5 Gewone celdeling (mitose) Samenvatting
Nieuwe cellen voor groei en herstel
Elke dag maakt je lichaam miljoenen nieuwe cellen aan. Dit gebeurt door gewone celdeling, ook wel mitose genoemd. Dankzij deze celdeling kun je groeien, worden beschadigde cellen vervangen en genezen wondjes. Het proces begint met een moedercel die zich opsplitst in twee identieke dochtercellen. Die nieuwe cellen krijgen precies dezelfde erfelijke eigenschappen mee als de oorspronkelijke cel.
Hoe verloopt gewone celdeling?
Een gewone celdeling bestaat uit drie stappen: kerndeling, celdeling en plasmagroei. Eerst vindt er in de celkern iets bijzonders plaats. De DNA-ketens in de chromosomen worden eerst gekopieerd, zodat elke chromosoom een exacte kopie van zichzelf heeft. Daarna gaan de ketens spiraliseren: ze rollen op, worden dikker en zijn nu zichtbaar onder een microscoop. Tijdens de kerndeling worden de originele DNA-keten en de kopie van elkaar losgetrokken. Elke nieuwe kern krijgt één van de twee ketens. Zo ontstaan twee identieke celkernen.
Van kernen naar cellen
Na de kerndeling splitst het cytoplasma zich tijdens de celdeling in tweeën. Daarbij ontstaat een membraan tussen de twee kernen, en zo vormen zich twee aparte dochtercellen. De chromosomen verdwijnen weer uit beeld omdat ze uitrollen. Tot slot vindt plasmagroei plaats: elke dochtercel maakt extra cytoplasma aan, zodat ze net zo groot worden als de oorspronkelijke moedercel.
Belangrijke kenmerken van mitose
Bij mitose:
- ontstaan twee identieke dochtercellen,
- bevat elke cel dezelfde chromosomen als de moedercel,
- blijft de erfelijke informatie dus volledig behouden.
Woordenlijst
- Celdeling: De stap waarbij het cytoplasma in tweeën wordt gescheiden zodat er twee nieuwe cellen ontstaan.
- Dochtercellen: Twee nieuwe cellen die na deling ontstaan uit één oorspronkelijke cel.
- Gewone celdeling: Het proces waarbij uit één oorspronkelijke cel twee nieuwe cellen ontstaan die dezelfde erfelijke informatie bevatten.
- Kerndeling: De fase waarin de chromosomen van elkaar worden getrokken en er twee celkernen ontstaan.
- Kopiëren: Het vormen van een tweede DNA-keten zodat elk chromosoom bestaat uit een origineel en een kopie.
- Mitose: Een deling waarbij uit één cel twee nieuwe cellen met dezelfde chromosomen ontstaan.
- Moedercel: Een cel waaruit bij deling twee nieuwe cellen ontstaan.
- Plasmagroei: Het groter worden van een nieuwe cel doordat er extra cytoplasma wordt gevormd.
- Spiraliseren: Het oprollen van DNA-ketens waardoor ze korter en dikker worden en zichtbaar worden als chromosomen.
Klaar met lezen? Test jezelf met vragen over 1.5 .