1.4 Ademhalen | Uitlegfilm
In deze video over ademhalen leer je wat gaswisseling is en hoe longblaasjes zorgen dat we zuurstof opnemen en koolstofdioxide afgeven. Dit onderwerp sluit aan op de vorige uitleg over het ademhalingsstelsel, waarin we zagen hoe de lucht de longblaasjes bereikt.
We hebben twee longen. De lucht gaat via de luchtpijp naar de bronchiën, die zich steeds verder vertakken in kleinere luchtpijptakjes. Aan het uiteinde daarvan liggen trosjes longblaasjes. Rondom die longblaasjes bevindt zich een netwerk van fijne bloedvaatjes.
Het bloed dat naar de longen stroomt, bevat weinig zuurstof en veel koolstofdioxide. In de longblaasjes wordt de koolstofdioxide afgegeven aan de lucht. Tegelijkertijd wordt zuurstof uit de ingeademde lucht opgenomen in het bloed. Daardoor bevat het bloed dat de longen verlaat juist veel zuurstof en weinig koolstofdioxide.
De wanden van de longblaasjes en de haarvaatjes zijn heel dun — slechts één cellaag dik. Daardoor kunnen gassen gemakkelijk door de wand heen bewegen. Zuurstof gaat van de lucht in de longblaasjes naar het bloed, terwijl koolstofdioxide de omgekeerde richting opgaat.
De lucht die we inademen bevat veel zuurstof en weinig koolstofdioxide. Het bloed dat aankomt bij de longblaasjes bevat juist veel koolstofdioxide en weinig zuurstof. Door dit verschil in concentratie vindt er een voortdurende uitwisseling van gassen plaats. Dit proces noemen we gaswisseling.
Gaswisseling zorgt ervoor dat het lichaam steeds opnieuw wordt voorzien van zuurstof voor de verbranding in cellen en dat het overtollige koolstofdioxide wordt afgevoerd. Zo blijft de samenstelling van het bloed in evenwicht.
Wil je meer zien over de bouw van de longen? Bekijk dan de aanvullende video waarin de longen van een schaap worden ontleed. Zo kun je precies zien hoe de longblaasjes en bloedvaatjes eruitzien.
Liever de samenvatting lezen? Lees hier de
samenvatting over paragraaf 1.4
.
Klaar met luisteren?
Test jezelf met vragen over 1.4
.