13.6 Afweer Samenvatting

Infectie en algemene afweer

Lichaamsvreemde stoffen zoals bacteriën, virussen en schimmels kunnen een infectie veroorzaken door het lichaam binnen te dringen en zich te vermenigvuldigen. Het lichaam beschermt zich op verschillende manieren:

  • Talg op de huid: vormt een beschermlaag tegen ziekteverwekkers.
  • Slijmvliezen: in de luchtwegen en darmen vangen ze ziekteverwekkers op.
  • Zoutzuur in de maag: doodt binnengedrongen bacteriën.
  • Witte bloedcellen: sluiten ziekteverwekkers in en ruimen ze op.

Bij een infectie stijgt de lichaamstemperatuur (koorts), waardoor afweerreacties sneller verlopen. Soms is medicatie nodig om de afweer te ondersteunen.

Specifieke afweer en antistoffen

Afbeelding van een grafiek die laat zien dat bij een tweede besmetting sneller en meer antistoffen worden aangemaakt Elke ziekteverwekker heeft unieke antigenen waarop het immuunsysteem reageert door antistoffen aan te maken. Deze antistoffen hechten zich aan de antigenen en maken de ziekteverwekker onschadelijk.

Na herstel blijven antistoffen in het bloed aanwezig, zodat het lichaam bij een herinfectie snel kan reageren en immuun blijft.

Immuniteit: natuurlijke en kunstmatige

Immuniteit betekent dat je niet meer vatbaar bent voor een ziekteverwekker. Er zijn twee vormen van immuniteit:

  • Natuurlijke immuniteit: ontstaat na het doormaken van een ziekte, zoals waterpokken.
  • Kunstmatige immuniteit: ontstaat door vaccinatie met verzwakte ziekteverwekkers of antigenen, waardoor het lichaam antistoffen aanmaakt zonder ziek te worden.

Actieve en passieve immunisatie

Afbeelding van immuniteit met natuurlijke en kunstmatige immunisatie en actieve en passieve afweer Er zijn twee manieren waarop immuniteit kan worden verkregen:

  • Actieve immunisatie: het lichaam maakt zelf antistoffen aan na vaccinatie.
  • Passieve immunisatie: er worden kant-en-klare antistoffen toegediend via serum, wat tijdelijke bescherming biedt.

Afweer bij baby’s

Baby’s ontvangen antistoffen via de placenta en later via de moedermelk. Dit biedt bescherming in de eerste weken na de geboorte. Moedermelk versterkt bovendien het slijmvlies van het darmkanaal en stimuleert de groei van goede bacteriën.

Vaccinatie bij dieren

Huisdieren en landbouwdieren kunnen worden ingeënt tegen ziekten, zoals Q-koorts en pseudovogelpest. Vaccinaties voorkomen epidemieën en zijn bij uitbraken vaak verplicht.

Allergieën en hooikoorts

Bij een allergie reageert het afweersysteem te sterk op onschadelijke stoffen zoals stuifmeel, huisstofmijt of voedsel. Dit veroorzaakt klachten zoals jeuk, huiduitslag of ademhalingsproblemen.

Hooikoorts is een allergie voor stuifmeel die leidt tot niezen, een loopneus en geïrriteerde ogen.

Woordenlijst

  • Actieve immunisatie: immuun worden door zelf antistoffen te maken tegen de ziekteverwekker.
  • Afweer: bescherming van het lichaam tegen het binnendringen en vermenigvuldigen van ziekteverwekkers.
  • Allergie: sterke reactie van het afweersysteem op een onschadelijke stof.
  • Allergische reactie: reactie op contact met een stof waarvoor je allergisch bent.
  • Antigenen: eiwitten op het oppervlak van ziekteverwekkers die het afweersysteem herkent als lichaamsvreemd.
  • Antistoffen: stoffen die specifieke ziekteverwekkers onschadelijk maken door zich aan antigenen te hechten.
  • Infectie: het binnendringen en vermenigvuldigen van ziekteverwekkers in het lichaam.
  • Immuun: niet vatbaar zijn voor een ziekteverwekker dankzij aanwezige antistoffen.
  • Koorts: verhoogde lichaamstemperatuur die helpt bij het bestrijden van ziekteverwekkers.
  • Kunstmatige immuniteit: immuniteit verkregen door vaccinatie.
  • Natuurlijke immuniteit: immuniteit na het doormaken van een ziekte.
  • Passieve immunisatie: tijdelijke immuniteit door toegediende antistoffen, bijvoorbeeld via serum.
  • Serum: bloedplasma zonder stollingseiwitten dat antistoffen bevat.
  • Tuberculose: bacteriële ziekte die in Nederland zeldzaam is dankzij antibiotica.
  • Vaccinatie: inenting met een verzwakte ziekteverwekker om immuniteit op te bouwen.