De alvleesklier – klein orgaan met grote verantwoordelijkheden

Verstopt achter je maag ligt een orgaan dat misschien niet zo bekend is als je hart of longen, maar wél onmisbaar is: de alvleesklier, ook wel pancreas genoemd. Dit orgaan is een echte multitasker: het helpt je voedsel verteren én je bloedsuiker in balans houden.

Waar ligt de alvleesklier?

De alvleesklier ligt hoog in de buikholte, net onder de lever en achter de maag. Hij is ongeveer 15 centimeter lang, weegt zo’n 100 gram, en heeft een vorm die lijkt op een liggende maiskolf.

We verdelen de alvleesklier in drie delen:

  • Kop: ligt tegen de twaalfvingerige darm aan
  • Lichaam: het middelste, dikkere deel
  • Staart: het smallere uiteinde

Dubbele functie: verteren en regelen

De alvleesklier heeft twee belangrijke taken:

  • Exocriene functie: het maken van alvleessap voor de spijsvertering
  • Endocriene functie: het maken van hormonen zoals insuline en glucagon

Alvleessap: je spijsverteringshelper

Elke dag maakt de alvleesklier ongeveer 1,5 liter alvleessap. Dat sap bevat enzymen die je nodig hebt om vetten, eiwitten en koolhydraten af te breken.

Bovendien zorgt het ervoor dat het zure maagsap wordt geneutraliseerd voordat het in de dunne darm terechtkomt. Handig, want anders zou je darmwand beschadigen.

Het alvleessap komt via kleine kanaaltjes samen in één grote buis, die uitmondt in de twaalfvingerige darm, waar de vertering verder plaatsvindt.

Eilandjes van Langerhans – klein maar krachtig

Slechts 1% van de alvleesklier bestaat uit de zogeheten eilandjes van Langerhans, maar juist deze cellen hebben een belangrijke taak. Ze maken de hormonen insuline en glucagon, die samen zorgen dat je bloedsuikerspiegel in balans blijft.

  • Als je bloed te veel glucose bevat, zorgt insuline dat die wordt opgeslagen als glycogeen in je lever en spieren. Hierdoor daalt de hoeveelheid glucose in je bloed.
  • Als je bloed te weinig glucose bevat, haalt glucagon weer glucose uit die voorraad terug het bloed in. Hierdoor stijgt de hoeveelheid glucose in je bloed.

Zo werken deze twee hormonen als een soort biologische thermostaat voor je bloedsuiker.

Wat als het fout gaat?

Als de alvleesklier geen insuline meer aanmaakt, stijgt je bloedsuiker te veel. Dan spreek je van diabetes type 1. Je moet dan insuline toedienen.

Bij diabetes type 2 maakt je lichaam nog wel insuline, maar te weinig of het reageert er niet goed meer op. Dit komt vaker voor bij ouderen en mensen met overgewicht.

Conclusie. De alvleesklier mag dan klein zijn, maar zonder dit orgaan werkt je spijsvertering én je bloedsuikerhuishouding niet zoals het hoort.

← Terug naar alle blogs