9.1 Bladeren Samenvatting

De bouw van bladeren

Blad van een plant met bladsteel, bladschijf, hoofdnerf, zijnerven en bladmoes waar fotosynthese plaatsvindt Bladeren zijn opgebouwd uit drie soorten weefsel: de opperhuid met huidmondjes, bladweefsel met bladgroenkorrels, en vaatbundels. De opperhuid is een dunne laag cellen met een waslaagje die het blad beschermt tegen uitdroging en ziekteverwekkers.

De huidmondjes in de opperhuid zorgen voor de opname en afgifte van gassen. Het grootste deel van het blad bestaat uit cellen met bladgroenkorrels, waar fotosynthese plaatsvindt. De vaatbundels transporteren water en opgeloste stoffen. In bladeren vertakken deze zich in nerven.

Fotosynthese

Schema van fotosynthese met water, koolstofdioxide, zonlicht, glucose en zuurstof in groene plantendelen Tijdens de fotosynthese zet de plant koolstofdioxide uit de lucht en water uit de bodem om in glucose en zuurstof. Hiervoor zijn licht, bladgroen en een geschikte temperatuur nodig.

Water komt via de wortels in de vaatbundels en wordt zo naar de bladeren vervoerd. De zuurstof die ontstaat, verlaat het blad via de huidmondjes. Glucose wordt door de plant gebruikt als brandstof of als grondstof voor andere stoffen.

Stevigheid door water

De cellen in de opperhuid en het bladweefsel blijven stevig door water in hun vacuole. Dit water zorgt voor druk tegen de celwand, waardoor de cel stevig blijft.

Als een plant te weinig water heeft, neemt die druk af en verliest de plant zijn stevigheid. Hierdoor gaat de plant slap hangen. Door water te geven worden de cellen weer stevig.

Close-up van huidmondjes op het blad met de twee sluitcellen en de opening voor gaswisseling

De werking van huidmondjes

Huidmondjes bestaan uit twee sluitcellen die de opening kunnen vergroten of verkleinen. Als de sluitcellen water opnemen, worden ze stevig en buigen ze open. Bij waterverlies sluiten ze.

Zo kan de plant waterverlies beperken, vooral 's nachts of bij droogte. Maar als de huidmondjes gesloten zijn, kan er geen koolstofdioxide worden opgenomen en stopt de fotosynthese tijdelijk.

Woordenlijst

  • Nerven: Vertakkingen van vaatbundels in bladeren waardoor water en opgeloste stoffen worden vervoerd.
  • Opperhuid: Dunne buitenste laag aaneengesloten cellen van het blad met een waslaagje die beschermt tegen waterverlies en ziekteverwekkers.
  • Sluitcellen: Cellen die samen een huidmondje vormen en door van vorm te veranderen het huidmondje kunnen openen of sluiten.