9.4 Voortplanting | Uitlegfilm

In deze uitlegvideo over voortplanting bij planten leer je hoe planten zich ongeslachtelijk en geslachtelijk kunnen voortplanten. Ook wordt uitgelegd uit welke onderdelen een bloem bestaat en welke functie elk onderdeel heeft bij de geslachtelijke voortplanting.

Ongeslachtelijke voortplanting

Bij ongeslachtelijke voortplanting zijn geen geslachtscellen betrokken. De nakomelingen zijn genetisch identiek aan de ouderplant, omdat ze hetzelfde DNA hebben. Voorbeelden zijn planten die zich voortplanten met knollen of bollen, zoals de ui en de aardappel.

Een aardappelplant vormt bijvoorbeeld verdikkingen aan de wortel. Die verdikkingen kunnen uitgroeien tot nieuwe planten — de aardappels zelf. Door aardappels weer in de grond te poten, ontstaan nieuwe planten. Zo gebeurt dat ook op akkers bij de aardappelteelt.

Andere vormen van ongeslachtelijke voortplanting zijn uitlopers en wortelstokken. Bij een aardbeienplant groeit een uitloper vanuit de moederplant. Zodra de uitloper de grond raakt, ontstaat een nieuw plantje dat zelfstandig verder groeit. Wortelstokken werken op een vergelijkbare manier, maar dan onder de grond.

Geslachtelijke voortplanting

Bij geslachtelijke voortplanting worden geslachtscellen gebruikt. De nakomelingen hebben dan een mix van erfelijke eigenschappen van beide ouders. Net als bij mensen smelten de eicel en de zaadcel samen tot één nieuw geheel met volledige erfelijke informatie.

Ook planten hebben eicellen en zaadcellen, maar de manier waarop ze samenkomen verschilt. De bloem is het voortplantingsorgaan van de plant. De mannelijke delen produceren stuifmeelkorrels, die naar de vrouwelijke delen moeten worden overgebracht om bevruchting mogelijk te maken.

Er zijn insectenbloemen en windbloemen. Insectenbloemen zijn vaak felgekleurd om insecten aan te trekken die het stuifmeel verspreiden. Windbloemen, zoals grassen, hebben geen gekleurde kroonbladeren en verspreiden hun stuifmeel via de wind. Omdat windverspreiding minder precies is, maken windbloemen veel meer stuifmeelkorrels.

Bouw van de bloem

Een bloem bestaat uit verschillende delen die samenwerken bij de voortplanting. Aan de buitenkant zitten kroonbladeren, vaak felgekleurd, en daaronder kelkbladeren die de bloem beschermen en uitdroging voorkomen. Wanneer de bloem nog een knop is, houden de kelkbladeren het geheel bij elkaar.

Het vrouwelijke deel van de bloem heet de stamper. Deze bestaat uit de stempel, stijl en het vruchtbeginsel met zaadbeginsels. Na bevruchting groeit het vruchtbeginsel uit tot een vrucht. Bij een appelbloem wordt dit bijvoorbeeld de appel met daarin de zaadjes.

Het mannelijke deel van de bloem bestaat uit meeldraden. Elke meeldraad heeft een helmdraad met bovenaan een helmknop. In die helmknop worden de stuifmeelkorrels gevormd, die het erfelijk materiaal van het mannelijke deel bevatten.

Sommige bloemen hebben zowel mannelijke als vrouwelijke delen in één bloem. Andere planten hebben aparte mannelijke en vrouwelijke bloemen, of zelfs planten met alleen mannelijke of alleen vrouwelijke bloemen.

Samenvatting

Planten kunnen zich ongeslachtelijk voortplanten, waarbij identieke nakomelingen ontstaan, of geslachtelijk, waarbij de nakomelingen een mix van eigenschappen van beide ouders hebben. De bloem speelt een centrale rol in dit proces, met mannelijke en vrouwelijke onderdelen die samen zorgen voor voortplanting.